Het bestaande retributiereglement betreffende de voor- en naschoolse opvang in de erkende scholen op het grondgebied van de gemeente Steenokkerzeel werd voor het eerst vastgesteld bij gemeenteraadsbeslissing van 26 juni 2008, waarbij een bijdrage werd gevraagd aan de ouders die gebruik wensten te maken van de voor- en/of naschoolse opvang. In 2016 werden de tarieven voor de opvang op woensdagnamiddag aangepast bij gemeenteraadsbesluit van 23 juni 2016. Op 20 oktober 2022 werd het retributiereglement voor de voor- en naschoolse opvang in de gemeentescholen opnieuw aangepast.
De gehanteerde tarieven en periodes in de verschillende vestigingen van GBS Piramide en Tilia, Vrije scholen Ter Ham, Sint-Cajetanus en Kleuterschool De Zandkorrel dienen te worden geactualiseerd en geharmoniseerd. De aangepaste tarieven werden met de inrichtende machten van de verschillende scholen op het grondgebied van Steenokkerzeel voor het eerst besproken op 25 september 2025. De gemeenteraad heeft in zitting van 23 oktober 2025 in kader van goedkeuring van het erkenningskader BOA zich akkoord verklaard om een ouderbijdrage te vragen van 1,10 euro per begonnen half uur. Op 5 mei 2026 werd er een nieuwe vergadering georganiseerd met de inrichtende machten van de verschillende scholen op het grondgebied van Steenokkerzeel inzake de uitvoering van luik 1 van het erkenningskader 'Voor- en naschoolse opvang' in kader van BOA en meer specifiek over het ontwerp van retributiereglement tijdens dewelke ook besproken werd om het tarief van 1,10 euro per half uur (0,55 euro per begonnen kwartier) te verhogen naar 1,30 euro per half uur (0,65 euro per begonnen kwartier) omwille van financiële motieven. Op 7 mei 2026 werd het retributiereglement voor advies ook voorgelegd aan het samenwerkingsverband Breed Overleg van het Kind (thematafel BOA).
De gemeente Steenokkerzeel levert, in samenwerking met de inrichtende machten van de erkende scholen op haar grondgebied, een bijzondere dienst van voor- en naschoolse opvang in persoonlijk belang van de betrokken leerlingen en hun ouders.
Deze dienstverlening veroorzaakt kosten, waaronder personeelskosten, werkingskosten en organisatiekosten. Het is redelijk en passend dat de gebruikers van deze dienst deze kosten via een retributie vergoeden.
Met dit reglement worden de bestaande, historisch gegroeide tarieven geactualiseerd en uniform vastgelegd voor alle betrokken vestigingen, rekening houdend met de reële kostprijs en met het oog op een transparant, coherent en rechtszeker tariefstelsel.
Het lokaal bestuur van Steenokkerzeel wenst het sociaal tarief voor de buitenschoolse opvang toe te kennen aan gezinnen die recht hebben op de verhoogde tegemoetkoming én waarvan minstens één ouder gedomicilieerd is in de gemeente. Deze differentiatie wordt als volgt juridisch gemotiveerd:
Het lokaal bestuur beschikt, binnen het kader van het BOA-decreet en de uitvoeringsbesluiten, over de regierol inzake buitenschoolse opvang en bepaalt autonoom het tariefbeleid, met inbegrip van de modaliteiten voor het toekennen van sociale tarieven. Deze beleidsvrijheid wordt evenwel begrensd door het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel (artikelen 10 en 11 Grondwet) en de principes van gelijke behandeling en proportionaliteit.
De keuze om het sociaal tarief te beperken tot gezinnen met domicilie in Steenokkerzeel en recht op verhoogde tegemoetkoming steunt op volgende objectieve en redelijke gronden:
a) Financiële onderbouwing en lokale solidariteit
De gemeente Steenokkerzeel investeert, bovenop de ontvangen Vlaamse subsidie, aanzienlijke eigen middelen in de organisatie en kwaliteit van de buitenschoolse opvang. Inwoners van Steenokkerzeel dragen via de gemeentelijke fiscaliteit rechtstreeks bij aan de financiering van deze dienstverlening. Het is maatschappelijk en juridisch aanvaardbaar dat deze lokale solidariteit zich vertaalt in een bijkomend voordeel voor de eigen inwoners, die reeds via hun belastingen bijdragen aan het aanbod.
b) Evenwichtige besteding van publieke middelen
De Vlaamse subsidie voor buitenschoolse opvang wordt deels berekend op basis van het aantal kinderen met domicilie in de gemeente. De gemeente dient haar eigen middelen prioritair in te zetten ten behoeve van haar inwoners, om zo de continuïteit, kwaliteit en betaalbaarheid van het aanbod voor deze doelgroep te waarborgen. Door het sociaal tarief te beperken tot gezinnen met domicilie in Steenokkerzeel, wordt een evenwichtige en verantwoorde besteding van publieke middelen gegarandeerd.
c) Proportionaliteit en toegankelijkheid
Het onderscheid is proportioneel: gezinnen zonder domicilie in Steenokkerzeel kunnen nog steeds gebruik maken van de buitenschoolse opvang, maar komen niet in aanmerking voor het sociaal tarief dat gefinancierd wordt met lokale middelen. De maatregel is evenredig met het nagestreefde doel, namelijk het beschermen van de betaalbaarheid voor de meest kwetsbare gezinnen binnen de eigen gemeentegrenzen, zonder dat dit leidt tot een disproportionele uitsluiting van andere gebruikers.
Het gelijkheidsbeginsel laat toe dat een lokaal bestuur een onderscheid maakt tussen inwoners en niet-inwoners, mits dit onderscheid steunt op een objectief criterium en redelijk verantwoord is. De Raad van State en de rechtspraak aanvaarden dergelijke differentiatie wanneer deze gebaseerd is op het principe dat inwoners reeds bijdragen via lokale belastingen en wanneer het verschil in behandeling niet buitensporig is. De maatregel voldoet aan deze voorwaarden.
Het beperken van het sociaal tarief tot gezinnen met verhoogde tegemoetkoming én domicilie in Steenokkerzeel is juridisch verdedigbaar, gelet op de beleidsvrijheid van het lokaal bestuur, de objectieve en redelijke motieven inzake lokale solidariteit en financiële verantwoordelijkheid, en de proportionaliteit van de maatregel. Het reglement voorziet aldus in een transparante, evenwichtige en maatschappelijk verantwoorde toepassing van het sociaal tarief.
Na akkoord van de gemeenteraad worden de nieuwe tarieven van toepassing met ingang van 1 september 2026.
Dit reglement vindt zijn rechtsgrond in:
– Artikel 41, 162 en 173 van de Grondwet, die de fiscale autonomie en de verordenende bevoegdheid van de gemeenten bevestigen.
– Artikel 40, § 3 en artikel 41, 14° van het Decreet over het lokaal bestuur, betreffende de bevoegdheid van de gemeenteraad om retributies vast te stellen.
– Besluit van de Vlaamse Regering van 17 april 1991 tot organisatie van het schooljaar in het basisonderwijs en in het deeltijds onderwijs georganiseerd, erkend of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap.
– Omzendbrief Bao/2020/03 van 12 november 2020 betreffende de organisatie van het schooljaar in het gewoon en buitengewoon basisonderwijs.
De gemeenteraad is bevoegd om dit retributiereglement vast te stellen op grond van artikel 41, 162 en 173 van de Grondwet en de hierboven vermelde bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur.
ACT-83: De gemeente breidt de buitenschoolse opvang uit met focus op kwaliteit, samenwerking en tevredenheid
1. De gemeenteraad keurt het retributiereglement voor- en naschoolse opvang in de erkende scholen op het grondgebied van de gemeente Steenokkerzeel als bijlage aan dit besluit goed.
2. Dit retributiereglement treedt in voege op 1 september 2026.