Naar aanleiding van een aanvraag van een inwoner tot het bekomen van een verklaring van goede werking van een individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater (IBA) in het kader van een vrijstelling van de saneringsbijdrage, werd vastgesteld dat binnen de gemeente geen duidelijk reglementair kader bestaat voor de beoordeling en attestering van bestaande IBA-installaties.
De betrokken installatie werd geplaatst in 2004, vóór de invoering van de huidige BENOR- en VLAMINOR-certificering. De eigenaar kon geen conformiteitsattest of attest van goede werking voorleggen. Bij navraag bij Fluvius bleek dat de gemeente bevoegd is om een attest van goede werking af te leveren, maar dat er geen uniforme Vlaamse procedure bestaat voor de wijze waarop de gemeente deze beoordeling dient uit te voeren.
Naar aanleiding van dit dossier werd bijkomend overleg gepleegd met Fluvius, provinciale deskundigen en het Interprovinciaal Kenniscentrum voor Milieu (IPKC). Uit deze contacten bleek de noodzaak om een gemeentelijk reglement op te stellen waarin de technische vereisten, controlemodaliteiten, attestering en kostenverdeling voor IBA-installaties op een uniforme wijze worden vastgelegd.
Binnen het individueel te optimaliseren buitengebied zijn eigenaars verplicht hun huishoudelijk afvalwater individueel te zuiveren via een individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater (IBA) wanneer geen collectieve sanering voorzien is.
Voor het verkrijgen van een vrijstelling van de saneringsbijdrage dient de eigenaar een door de burgemeester ondertekende verklaring van goede werking voor te leggen aan de drinkwatermaatschappij.
Bij de behandeling van recente dossiers werd vastgesteld dat voor oudere installaties vaak geen BENOR- of VLAMINOR-certificaat beschikbaar is, aangezien deze certificeringssystemen op het moment van plaatsing nog niet van toepassing waren. Daarnaast beschikt de gemeente momenteel niet over een reglementair kader waarin wordt vastgelegd op welke wijze de goede werking van een IBA moet worden aangetoond en welke documenten of controles hiervoor aanvaard worden.
Uit overleg met Fluvius blijkt dat gemeenten zelf kunnen bepalen op welke wijze zij de goede werking van een IBA beoordelen. Deze beoordeling kan onder meer gebeuren op basis van onderhoudsattesten, een onderhoudscontract, een plaatsbezoek, een effluentcontrole of een laboratoriumanalyse.
Het ontbreken van een uniforme werkwijze bemoeilijkt niet alleen de beoordeling van individuele dossiers, maar zorgt eveneens voor onzekerheid bij de toepassing van de procedure voor vrijstelling van de saneringsbijdrage. Om rechtszekerheid te bieden aan zowel burgers als het gemeentebestuur en om een objectieve en transparante betalings- en vrijstellingsprocedure te waarborgen, wordt voorgesteld een gemeentelijk reglement vast te stellen.
Dit reglement legt de technische voorwaarden voor bestaande en nieuwe IBA-installaties vast, bepaalt de verplichtingen inzake onderhoud en controle, omschrijft de voorwaarden voor het verkrijgen van een attest van goede werking en verduidelijkt dat de kosten voor onderhoud, controles, staalnames en analyses ten laste van de eigenaar van de installatie zijn. Daarnaast voorziet het reglement een handhavingskader voor situaties waarin niet aan de opgelegde voorwaarden wordt voldaan.
Het voorgestelde reglement creëert aldus een uniforme en objectieve beoordelingsbasis voor toekomstige aanvragen, ondersteunt een correcte toepassing van de vrijstellingsregeling van de saneringsbijdrage en voorkomt dat dossiers ad hoc moeten worden behandeld.
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (VLAREM II);
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;
Gelet op het ministerieel besluit van 20 augustus 2012 tot vaststelling van de code van goede praktijk voor het ontwerp, de aanleg en het onderhoud van rioleringssystemen;
Gelet op de gemeentelijke bevoegdheid inzake lokale sanering en de afgifte van verklaringen van goede werking voor individuele behandelingsinstallaties voor afvalwater;
Gelet op het ontwerp van gemeentelijk reglement betreffende individuele behandelingsinstallaties voor afvalwater.
De kosten verbonden aan onderhoud, controle, staalname, analyse en attestering van individuele behandelingsinstallaties voor afvalwater zijn overeenkomstig het reglement ten laste van de eigenaar van de installatie.
De gemeente zal de kosten zoals vermeld in dit artikel rechtstreeks factureren aan de eigenaar. In voorkomend geval blijft de eigenaar de eindverantwoordelijke voor tijdige betaling van deze kosten.
Op basis van de op het moment van goedkeuring van dit reglement gekende tarieven bedragen deze kosten momenteel:
of
Deze bedragen zijn louter indicatief en worden automatisch aangepast aan de tarieven die door de uitvoerende instantie aan het gemeentebestuur worden aangerekend. De eigenaar betaalt steeds de werkelijke kostprijs zonder dat hiervoor een wijziging van dit reglement vereist is.
De gemeente treedt in het kader van dit reglement uitsluitend op als regisserende en controlerende overheid. Zij draagt geen financiële verantwoordelijkheid voor de aanleg, exploitatie, het onderhoud of de conformiteitsbeoordeling van private IBA-installaties.
De gemeenteraad keurt het gemeentelijk reglement betreffende individuele behandelingsinstallaties voor afvalwater (IBA), zoals opgenomen in bijlage bij deze beslissing, goed.