De gemeenteraad neemt kennis van het verslag van de vorige zitting.
De gemeenteraad keurt het verslag van de vorige zitting goed.
Feiten en context
De projectvereniging Erfgoed Brabantse Kouters verenigt twaalf gemeenten in een intergemeentelijke samenwerking rond bouwkundig, landschappelijk en archeologisch erfgoed: Asse, Grimbergen, Kraainem, Machelen, Meise, Merchtem, Steenokkerzeel, Vilvoorde, Wemmel, Wezembeek-Oppem, Zaventem en Zemst. De IOED-werking wordt ondersteund door Regionaal Landschap Brabantse Kouters vzw via een structurele samenwerking voor de uitvoering van het erfgoedbeleid.
De projectvereniging werd in 2023 door de Vlaamse Overheid (Agentschap Onroerend Erfgoed) erkend als intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst (IOED). Hierdoor ontvangt zij voor de beleidsperiode 2024-2026 Vlaamse subsidies voor de basisdienstverlening op basis van een samenwerkingsovereenkomst en een gezamenlijk beleidsplan.
In het kader van de hernieuwing voor de volgende periode is een nieuw beleidsplan 2027–2032 opgesteld, gebaseerd op:
Het beleidsplan dat nu bij alle aangesloten gemeenten ter goedkeuring voorligt, omvat de missie, visie en strategische lijnen van de IOED, de verdiepende werking per erfgoeddomein, de geplande acties per jaar, en de opvolgings- en evaluatiestructuur.
De gemeenteraden van alle aangesloten gemeenten keurden eerder reeds de verlenging van de projectvereniging en de financiële meerjarenbegroting goed. Hierin werden ook de gemeentelijke bijdragen al vastgelegd. Voor de gemeente Steenokkerzeel gebeurde dit op de gemeenteraad van 19/06/2025. De huidige beslissing betreft daarom nog uitsluitend de goedkeuring van het inhoudelijke beleidsplan als basis voor de nieuwe samenwerkingsovereenkomst van de IOED met de Vlaamse overheid.
De gemeente Merchtem heeft beslist om in de beleidsperiode 2027–2032 geen deel meer uit te maken van de IOED-werking. Merchtem blijft na 2026 echter wel lid van de projectvereniging zonder recht op IOED-dienstverlening en zonder financiële verplichting ten aanzien van de projectvereniging, conform de statutaire bepalingen. Deze regeling met gemeente Merchtem heeft geen impact op de gemeentelijke bijdragen van de andere aangesloten gemeenten zoals die ook opgenomen is in de reeds goedgekeurde meerjarenbegroting 2027–2032 voor de projectvereniging.
Gelijktijdig met de nieuwe samenwerkingsovereenkomst wordt bijgevolg wel een aanpassing van de erkenning aangevraagd bij de Vlaamse overheid, zodat het werkingsgebied van de IOED formeel wordt vastgesteld op 11 gemeenten. Dit werkingsgebied telt 281.231 inwoners (Inwonersaantallen op 1 januari 2025) en een oppervlakte van 273,09 km², waarmee de IOED ruimschoots blijft voldoen aan de minimale erkenningsvereisten voor een IOED.
Zowel de aanpassing van de erkenning als de het nieuwe beleidsplan werden reeds goedgekeurd op de bestuursvergadering van de projectvereniging Erfgoed Brabantse Kouters op dinsdag 4 november 2025.
Beschikbare stukken:
- Beleidsplan 2027-2032 van de IOED Erfgoed Brabantse Kouters
Argumentatie
De goedkeuring van het beleidsplan is vereist om het aanvraagdossier voor de nieuwe samenwerkingsovereenkomst tussen de IOED en de Vlaamse overheid en de aanpassing van de erkenning tijdig te kunnen indienen bij de Vlaamse overheid.
Een erkende IOED levert een belangrijke meerwaarde op voor de deelnemende gemeenten door:
Volgende decreten en besluiten zijn van toepassing op deze beslissing:
- Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 41, tweede lid, °4 en artikel 401-412.
- Het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, in het bijzonder Hoofdstuk 3 Instanties en actoren van het onroerend erfgoedbeleid, afd. 3 Erkenning als intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst.
- De vernieuwde statuten van de projectvereniging Erfgoed Brabantse Kouters zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van 19/06/2025
Dit besluit houdt geen bijkomend financieel engagement in van de gemeente.
De meerjarige financiële verbintenis vanuit de gemeente zoals beschreven in artikel 20 van de statuten werd reeds goedgekeurd op de vergadering van de gemeenteraad van 19/06/2025.
De gemeenteraad beslist om:
De e-mail van Erfgoedstichting Vlaams-Brabant over de vernieuwde samenwerking met ERF.
Zij stuurden het ondertekende convenant door op 13/11.
Wat is het doel van de Erfgoedstichting?
Bewaren, herbestemmen en toegankelijk maken van (beschermd) onroerend erfgoed.
Waarom blijven kiezen voor ERF?
Samenwerken met ERF betekent:
In bijlage het getekende convenant opgemaakt door ERF.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikel 56, betreffende de bevoegdheden van het college van burgemeester en schepenen.
Het besluit van de gemeenteraad van 28 maart 2019, houdende vaststelling van het begrip “dagelijks bestuur” in overeenstemming met artikel 41 van het Decreet Lokaal Bestuur.
Door het convenant te ondertekenen, stemt uw lokaal bestuur in met een jaarlijkse solidariteitsbijdrage van 0,20 euro per inwoner op basis van het inwonersaantal van 1.1.2025 voor de periode 2026-2031. Voor uw gemeente bedraagt deze bijdrage € 2.545,00 euro.
De gemeenteraad gaat akkoord met de ondertekening van het convenant, opgesteld door de Erfgoedstichting Vlaams-Brabant.
De e-mail van de eigenaar van Sellaerstraat 18.
De e-mail van Jorn Demey, eigenaar van de woning, Sellaerstraat 18.
Graag had hij een beukenhaag geplaatst op de plaats waar nu de kiezelsteentjes liggen voor het ijzeren hek.
Voorstel dienst patrimonium: een overeenkomst opstellen tussen de gemeente en de eigenaar zodat zij deze haag kunnen plaatsen op openbaar domein onder de voorwaarden die de gemeente oplegt.
Voorstel tot overeenkomst in bijlage.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikel 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het besluit van de gemeenteraad van 28 maart 2019, houdende vaststelling van het begrip “dagelijks bestuur” in overeenstemming met artikel 41 van het Decreet Lokaal Bestuur.
De gemeenteraad gaat akkoord met de overeenkomst voor het ter beschikking stellen van een deel van het openbaar domein ter hoogte van Sellaerstraat 18.
In het kader van het Strategisch Project Leve(n)de Woluwe zal er een natuurbeheerplan worden opgesteld voor het natuurgebied (poel Ravaartstraat) binnen onze gemeente. Voor de concrete uitwerking hiervan, vraagt Bosgroep Vlaams-Brabant de gemeente Steenokkerzeel zich aan te sluiten bij Bosgroep Vlaanderen.
Toetreding Bosgroep
De Bosgroep Vlaams-Brabant vzw biedt ondersteuning aan boseigenaars en -beheerders bij duurzaam bosbeheer. De organisatie stelt expertise ter beschikking, organiseert groepsaankopen, coördineert beheerwerken, faciliteert communicatie tussen leden en overheden en stelt natuurbeheerplannen op. Doel is via de toetreding tot de Bosgroep onze natuur beter te kunnen beheren.
De gemeente wenst zich aan te sluiten bij de Bosgroep Vlaams-Brabant vzw om:
Lidmaatschap is kosteloos. Er is geen afvaardiging nodig.
De opmaak van het natuurbeheerplan voor de poel aan de Ravaartstraat komt op €50,- indien we de overeenkomst in 2025 nog aangaan. Vanaf volgend jaar wordt een andere en minder voordelige kostberekening toegepast.
Aansluiting gebeurt online via: Toetredingsformulier Bosgroep Vlaams-Brabant vzw (organisaties)
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen, inzonderheid artikel 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De toetreding gebeurt conform de statuten van de Bosgroep Vlaams-Brabant vzw en het “Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu” van 24 oktober 1997.
De toetreding is kosteloos.
Voor de opmaak van het natuurbeheerplan voor poel in de Ravaartstraat als onderdeel van het Strategisch Project Levende Woluwe wordt € 50,- aangerekend via een samenwerkingsovereenkomst.
De Gemeenteraad gaat akkoord met de toetreding tot de Bosgroep Vlaams-Brabant vzw als werkend lid en het aangaan van een overeenkomst voor de opmaak van het natuurbeheerplan van de poel aan de Ravaartstraat.
Onze bibliotheekkoepel Cultuurconnect liet eind september 2025 weten dat de portkosten van enkele bibliotheekdiensten verhoogd zullen worden. Daarop werd op de regiovergadering van de Noordrand-bibliotheken op 25 september 2025 overeengekomen om over te gaan tot een wijziging gezamenlijk gebruikersreglement.
Sinds de invoer van ons gezamenlijk gebruikersreglement (bij overgang naar samenwerking Regiobib 3A - goedkeuring GR/2024/000) hanteren de 13 bibliotheken van Regiobib Noordrand hetzelfde tarief voor het Interbibliothecair Leenverkeer (=IBL). Hierbij kan een lener een boek tegen betaling laten overkomen uit een andere bibliotheek. Het is een dienstverlening die door het netwerk van openbare bibliotheken wordt aangeboden voor alle bibliotheekgebruikers in Vlaanderen en Brussel. De bibliotheekkosten bedragen hiervoor momenteel € 8: de ontvangende bibliotheek moet dit bedrag betalen aan de leverende bibliotheek. Cultuurconnect staat in voor de praktische organisatie en onderlinge facturatie van dit interbibliothecair leenverkeer. Het tarief dat de Noordrand-bibliotheken doorrekenen aan de lener zelf bedraagt momenteel € 2,5 per opgevraagde IBL.
In september 2025 communiceerde Cultuurconnect dat de portkosten voor deze IBL-zendingen zullen verhogen omwille van indexering. Op de regiovergadering van de Noordrand-bibliotheken op 25 september 2025 werd onderling overeengekomen om ons gezamenlijk gebruikersreglement te wijzigen om de gevolgen van deze indexverhoging op te vangen.
Ter overzicht - Chronologische historiek van IBL in onze bibliotheek en voorstel vanaf 2026:
De bijdrage van de bibliotheek in deze dienstverlening vermindert dus hierdoor. In overeenstemming met alle Noordrand-bibliotheken was € 5 het compromis tussen verhoging enerzijds en een toch nog democratische prijs anderzijds.
n.b: Wanneer onze bibliotheek dus zelf een IBL verstuurt, ontvangen wij € 8. In 2024 bv. vroegen wij 72 IBL's aan en verstuurden wij er 90 -> daardoor ontving de gemeente € 144 van Cultuurconnect na de clearing (=18 IBL's meer verstuurd dan ontvangen).
Bij deze wijziging wordt tevens ook een verhoging voorgesteld van de administratieve kost voor maningsbrieven, waarbij momenteel € 1 per brief aangerekend wordt aan leners die deze brief toegestuurd krijgen. Gezien ook de reële kost hiervoor is gestegen, wordt ook hier een nieuw tarief van € 2 per brief voorgesteld.
De voorgestelde wijzigingen zijn dus tweeledig:
1. Inhoudelijk: tariefverhoging van IBL + administratieve kost herinneringsbrieven
De index-verhoging zal vanaf 1 januari 2026 doorgevoerd worden, vanaf dan zal Cultuurconnect de tariefwijziging doorvoeren in onze bibliotheeksoftware Wise. Zonder aanpassing in ons gebruikersreglement zal onze gemeente zelf de extra kosten moeten dragen voor deze specifieke dienstverlening, dat wil bib Steenokkerzeel vermijden.
2. Vormelijk: het gebruikersreglement werd in één beweging ook taalkundig onder de loep genomen door interne werkgroep Duidelijke taal. Enkele moeilijke zinsconstructies werden vormelijk aangepast om een grotere leesbaarheid te creëren. Deze aanpassingen zijn in tegenstelling tot de tarieven niet in het geel gearceerd omdat dit er doorlopend in de tekst heel wat zijn en bovendien geen reglementaire impact hebben.
1. De gemeenteraad keurt de aanpassingen in het gebruikersreglement van de bibliotheek goed.
2. Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026, waarmee alle voorgaande gebruikersreglementen worden opgeheven, na publicatie conform het Decreet Lokaal Bestuur.
Wij bieden sedert jaren aan ons gemeente- en OCMW-personeel een voordelige fietslease aan.
De raamovereenkomst waarop onze fietslease gebaseerd is, is de overeenkomst die liep via de gemeente Zemst en goedgekeurd werd dd 21 februari 2022. Deze overeenkomst loopt af op 21 februari 2026.
Zemst is intussen overgestapt naar de Opdrachtencentrale vzw.
Aangezien de huidige raamovereenkomst afloopt dienen we op zoek te gaan naar een nieuwe.
De dienst HR informeerde bij de Gemeente Zemst hoe zij dit hebben aangepakt.
De gemeente Zemst is intussen overgestapt naar de fietslease raamovereenkomst van Opdrachtencentrale vzw. Het lidmaatschap is volledig gratis en vraagt daarvoor goedkeuring van de Gemeenteraad.
Opdrachtencentrale vzw, Picardstraat 7 box 100 in 1000 Brussel heeft een raamcontract afgesloten met o2o voor fietslease voor lokalen besturen. o2o is ook de huidige aanbieder van de fietslease voor de medewerkers van de gemeente en het ocmw Steenokkerzeel.
Het raamcontract Opdrachtencentrale vzw en o2o loopt tot 19 december 2028.
Prijsberekening en verschillen met de huidige overeenkomst zijn de volgende:
Leasecontract inhoud:
Catalogusprijs fiets: 3.500,00 euro incl. BTW
Onderhoudsbudget: 50,00 euro incl. BTW/jaar
Schade- en diefstaldekking, pechbijstand inbegrepen
Raamcontract Zemst Opdrachtencentrale
Catalogusprijs € 3.500,00 € 3.500,00
Totale maandelijkse leaseprijs € 121,10 € 112,31
Restwaarde 16% € 560,00 € 560,00
Verschillen met het raamcontract van Opdrachtencentrale
Looptijd raamcontract 18/12/2024-18/12/2028
Keuze looptijd individuele contracten 36 of 48 maanden
Restwaarde bij einde 16%
Franchise bij Schade 0 euro
Verbrekingsvergoeding bij vroegtijdige verbreking: Degressief (max 10 maanden – 2 maanden)
Pechbijstand Verplicht
Het fietsbeleid, toegevoegd als Bijlage VIII bij onze RPR, zal nog dienen aangepast te worden.
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, artikel 56 §3 5°.
De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor
werken, leveringen en diensten en concessies.
De wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, artikel 36 en 43.
De bestuurswet van 8 februari 2023 betreffende de wijziging van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdracht.
Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten.
Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren.
De financieel directeur bevestigt dat de nodige budgetten hiervoor voorzien zijn in het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031.
De uitgaven voor deze opdracht zijn opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031 op:
De inkomsten van deze opdracht zijn opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031 op:
De overeenkomst voor fietsleasing is budgetneutraal voor het bestuur.
1. De gemeenteraad beslist om lid te worden van de Opdrachtencentrale vzw, Picardstraat 7 box 100 in 1000 Brussel. De overeenkomst tot lidmaatschap van Opdrachtencentrale vzw zal ter ondertekening worden voorgelegd, voor huidige en toekomstige raamcontracten.
2. De gemeenteraad beslist om toe te treden tot het raamcontract van Opdrachtencentrale vzw, Picardstraat 7 box 100 in 1000 Brussel, voor de 'overheidsopdracht Operationele fietsleasing'. Het raamcontract van Opdrachtencentrale vzw zal ter ondertekening worden voorgelegd.
In het kader van de opdracht “Organisatie van voor- en naschoolse opvang in kader van het BOA-decreet” werd een bestek met nr. BOA/2026 opgesteld door GD&A.
Deze opdracht is als volgt opgedeeld:
* Basisopdracht (Organisatie van voor- en naschoolse opvang in kader van het BOA-decreet), raming: € 2 641 509,43 excl. btw of € 2 800 000,00 incl. 6% btw voor de periode van 1 september 2026 tot en met 30 juni 2030;
* Verlenging 1 (Organisatie van voor- en naschoolse opvang in kader van het BOA-decreet), raming: € 1 320 754,72 excl. btw of € 1 400 000,00 incl. 6% btw voor 2 schooljaren dus tot en met 30 juni 2032.
De totale uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 3 962 264,15 excl. btw of € 4 200 000,00 incl. 6% btw.
De opdracht zal worden afgesloten voor een duur van 4 schooljaren + mogelijke verlenging van 2 schooljaren.
Er werd voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking.
Deze raming overschrijdt de limieten van de Europese bekendmaking.
Het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 10 november 2025, houdende goedkeuring van de lastvoorwaarden en gunningswijze voor de opdracht “Organisatie van voor- en naschoolse opvang in kader van het BOA-decreet” - als bijlage.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen, inzonderheid artikel 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het besluit van de gemeenteraad van 28 maart 2019 houdende vaststelling van de opdrachten voor werken, leveringen en diensten die kunnen beschouwd worden als opdrachten van dagelijks bestuur.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.
De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.
De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 89, § 1, 1° (Sociale en andere specifieke diensten) en artikel 57.
Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.
Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen.
Het besluit van de gemeenteraad van 28 maart 2019, houdende vaststelling van het begrip “dagelijks bestuur” in overeenstemming met artikel 41 van het Decreet Lokaal Bestuur.
De uitgave voor deze opdracht is voorzien op budgetcode 0945-00/61599999/BESTUUR/CBS/0/IP-GEEN (actie ACT-164) van de exploitatie 2025 en de volgende jaren.
Kennisname van het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 10 november 2025 - als bijlage, houdende goedkeuring van de lastvoorwaarden en gunningswijze voor de opdracht “Organisatie van voor- en naschoolse opvang in kader van het BOA-decreet”.
De collegebeslissingen op datum van 23 juni en 22 september 2025 die - tijdens de maanden februari - maart 2026 - zal leiden tot de start van de aanmelding- en inschrijvingsprocedure voor nieuwe kleuters en leerlingen voor het schooljaar 2026-2027.
Voor de start van de inschrijvingsperiode moet een schoolbestuur voor elk van zijn scholen de capaciteit bepalen. Het schoolbestuur doet dit autonoom en kan hierbij rekening houden met bijvoorbeeld de materiële omstandigheden of de pedagogisch-didactische overwegingen.
Een schoolbestuur kan een leerling slechts weigeren op basis van "capaciteit" als de desbetreffende capaciteit voor de start van de inschrijvingen is vastgelegd.
Eens een leerling is ingeschreven in een school, geldt deze inschrijving voor de duur van de hele schoolloopbaan in die school. (art 3bis §4 decreet basisonderwijs)
Om de schoolloopbaan van de leerlingen in de gemeentelijke basisschool afdeling Piramide te kunnen garanderen (in navolging van bovenvermeld artikel) wordt de capaciteit vastgelegd als volgt:
Afdeling Piramide:
De capaciteit van de instapklas wordt vastgelegd op 40 kleuters.
De capaciteit van de eerste kleuterklas wordt vastgelegd op 44 kleuters.
De capaciteit van de tweede kleuterklas wordt vastgelegd op 44 kleuters.
De capaciteit van de derde kleuterklas wordt vastgelegd op 44 kleuters.
De capaciteit van het eerste leerjaar wordt vastgelegd op 44 leerlingen.
De capaciteit van het tweede leerjaar wordt vastgelegd op 44 leerlingen.
De capaciteit van het derde leerjaar wordt vastgelegd op 44 leerlingen.
De capaciteit van het vierde leerjaar wordt vastgelegd 44 leerlingen.
De capaciteit van het vijfde leerjaar wordt vastgelegd op 44 leerlingen.
De capaciteit van het zesde leerjaar wordt vastgelegd op 44 leerlingen.
Afdeling Tilia:
De capaciteit van het tweede leerjaar wordt vastgelegd op 22 leerlingen.
De capaciteit van het derde leerjaar wordt vastgelegd op 22 leerlingen.
De capaciteit van het vierde leerjaar wordt vastgelegd op 22 leerlingen..
De capaciteit van het vijfde leerjaar wordt vastgelegd op 22 leerlingen.
De capaciteit van het zesde leerjaar wordt vastgelegd op 22 leerlingen.
Het schoolbestuur kan de capaciteit tijdens de lopende inschrijvingsperiode niet verlagen, maar de capaciteit kan wel verhoogd worden. Het schoolbestuur dient er wel rekening mee te houden dat dit gevolgen kan hebben voor andere scholen (vb. ouders die door de verhoogde capaciteit hun keuze veranderen).
Daarom dient het schoolbestuur de capaciteitsverhoging ter kennisgeving mee te geven aan de schoolbesturen van de andere scholen gelegen in de gemeente.
Het advies van de schoolraad is bijgevoegd.
Dit voorstel werd onderhandeld tijdens het syndicaal overleg op datum van 22 oktober 2025. Protocol 2025/02 in bijlage.
De gemeenteraad bepaalt en keurt de capaciteit - voor het schooljaar 2026-2027, met ingang op 1 januari 2026 tot anders bepaald - van de volgende maximum aantal leerlingen - per leeftijdsgroep - voor de GBS Piramide & Tilia te 1820 Steenokkerzeel, goed
a. Voor de vestigingsplaats Piramide, Fuérisonplaats 14, 1820 Steenokkerzeel wordt het maximum aantal leerlingen per leerjaar vastgelegd op:
b. Voor de vestigingsplaats Tilia, Thenaertstraat 1, 1820 Steenokkerzeel wordt het maximum aantal leerlingen per leerjaar vastgelegd op:
Het Decreet over het lokaal bestuur (DLB) legt aan ieder extern verzelfstandigd agentschap de verplichting op om in het eerste jaar van de legislatuur een evaluatieverslag voor te leggen aan de gemeenteraad. Art. 227, tweede lid DLB bepaalt:
“Elk gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap legt in de loop van het eerste jaar na de volledige vernieuwing van de gemeenteraden een evaluatieverslag voor aan de gemeenteraad over de uitvoering van de beheers- of samenwerkingsovereenkomst sinds de inwerkingtreding ervan. Dat verslag omvat ook een evaluatie van de verzelfstandiging, waarover de gemeenteraad zich binnen drie maanden uitspreekt.”
De opdracht tot opmaak van een evaluatieverslag werd toevertrouwd aan GD&A Advocaten, in samenwerking met Moore Public.
Het decreet lokaal bestuur, meer bepaald art. 227.
De raad van bestuur van het AGB Steenokkerzeel heeft op 16 december kennis genomen van het evaluatieverslag, opgemaakt door GD&A Advocaten en Moore Public, en sluit zich aan bij de conclusie.
De gemeenteraad neemt kennis van het evaluatieverslag van het AGB Steenokkerzeel, opgemaakt door GD&A Advocaten en Moore Public, evenals van het advies van de raad van bestuur van het AGB, en besluit op basis hiervan dat de verzelfstandiging onder de vorm van een autonoom gemeentebedrijf best wordt verdergezet in de legislatuur 2025-2030.
Om economisch rendabel te zijn heeft het AGB nood aan een prijssubsidie van het gemeentebestuur. De waarde van de prijssubsidie bedraagt de prijs die de bezoeker voor recht op toegang betaalt, vermenigvuldigd met een bepaalde factor.
Onderstaand aangepast prijssubsidiereglement voor het boekjaar 2025 wordt goedgekeurd:
PRIJSSUBSIDIEREGLEMENT
“GEMEENSCHAPSCENTRUM” BESTAANDE UIT:
- GEBOUW “DE CORREN” GELEGEN TE 1820 STEENOKKERZEEL, VAN FRACHENLAAN 24A; EN
- GEBOUW “DE CAMME” GELEGEN TE 1820 STEENOKKERZEEL, TERVUURSESTEENWEG 173.
Tussen
- de Gemeente Steenokkerzeel, vertegenwoordigd door het College van Burgemeester en Schepenen, gevestigd in Orchideeënlaan 17 te 1820 Steenokkerzeel, waarvoor handelen de heer Kurt Ryon, burgemeester, en mevrouw Heidi Abeloos, algemeen directeur, enerzijds;
en
- het Autonoom Gemeentebedrijf Steenokkerzeel, vertegenwoordigd door de Raad van Bestuur van het Autonoom Gemeentebedrijf Steenokkerzeel, gevestigd in Orchideeënlaan 17 te 1820 Steenokkerzeel, waarvoor handelen de heer Jelle Mombaerts, voorzitter Raad van Bestuur, en mevrouw Heidi Abeloos, secretaris, anderzijds;
wordt overeengekomen dat de Gemeente Steenokkerzeel prijssubsidies zal toekennen aan het Autonoom Gemeentebedrijf Steenokkerzeel voor het verlenen van recht op toegang aan bezoekers van evenementen van cultuur of vermaak van eigen programmatie in het “gemeenschapscentrum”. Dit prijssubsidiereglement legt de toekenning van deze prijssubsidies vast en geldt voor de periode vanaf 1/7/2025 tot en met 31/12/2025.
VOORWAARDEN
Om economisch rendabel te zijn wenst het Autonoom Gemeentebedrijf Steenokkerzeel vanaf 1/7/2025 de voorziene toegangsprijzen (inclusief btw) voor alle bezoekers voor de periode van 1/7/2025 tot en met 31/12/2025 voor recht op toegang tot evenementen van cultuur of vermaak van eigen programmatie te vermenigvuldigen met een factor 8,0742.
Bijlage:
| Factor bepaling - Boekjaar 2025 | ||||
| AR | AR omschrijving | Uitgavekrediet boekjaar | Ontvangstkrediet boekjaar | |
| ACT-131 | 0705-00 / 60200000 | Aankopen van diensten, werk en studies | 68.000,00 | |
| ACT-131 | 0705-00 / 60400000 | Aankopen van roerende goederen bestemd voor verkoop | 4.500,00 | |
| GBB_AGB | 0010-00 / 69400000 | Rechthebbenden uit voorschot van boekjaar (dividend) | 20.000,00 | |
| GBB_AGB | 0119-02 / 61008000 | Huur, huurlasten en andere vergoedingen van onroerende goederen (LT) | 149.810,00 | |
| GBB_AGB | 0119-02 / 61030010 | Benodigdheden voor gebouwen | 15.000,00 | |
| GBB_AGB | 0119-02 / 61030100 | Prestaties van derden voor onderhoud en herstelling gebouwen | 74.000,00 | |
| ACT-131 | 0705-00 / 61310050 | Erelonen en vergoeding auteursrechten | 5.000,00 | |
| ACT-131 | 0705-00 / 61430010 | Representatie- en receptiekosten & kosten onthaal | 6.500,00 | |
| ACT-131 | 0705-00 / 61599999 | Overige exploitatiekosten | 10.000,00 | |
| GBB_AGB | 0119-02 / 61100000 | Elektriciteit | 15.000,00 | |
| GBB_AGB | 0119-02 / 61110000 | Gas | 13.000,00 | |
| GBB_AGB | 0119-02 / 61130000 | Water | 2.900,00 | |
| GBB_AGB | 0119-02 / 61209999 | Overige verzekeringen | 1.500,00 | |
| GBB_AGB | 0119-02 / 61310020 | Erelonen en vergoedingen consultancy | 5.000,00 | |
| GBB_AGB | 0705-00 / 61310050 | Erelonen en vergoedingen auteursrechten | 1.500,00 | |
| GBB_AGB | 0119-02 / 61310090 | Erelonen en vergoedingen financieel beheer | ||
| GBB_AGB | 0119-02 / 61410010 | Kantoorbenodigdheden | 800,00 | |
| GBB_AGB | 0119-02 / 61410040 | Communicatiekosten telefoon en internet | 2.500,00 | |
| GBB_AGB | 0705-00 / 60200000 | Aankopen van diensten, werk en studies | 5.500,00 | |
| GBB_AGB | 0705-00 / 60400000 | Aankopen van roerende goederen bestemd voor verkoop | 30.000,00 | |
| GBB_AGB | 0705-00 / 61430010 | Representatie- en receptiekosten & kosten onthaal | 1.000,00 | |
| GBB_AGB | 0119-01 / 61429999 | Overige informaticakosten | 7.000,00 | |
| GBB_AGB | 0119-02 / 61430070 | Publiciteit, advertenties & info | 1.000,00 | |
| GBB_AGB | 0030-00 / 61490000 | Overige administratie- en kantoorkosten | 150,00 | |
| GBB_AGB | 0119-02 / 61500010 | Aankoop klein materieel | 15.000,00 | |
| GBB_AGB | 0119-02 / 61503000 | Onderhoud en herstelling technisch materieel | 6.000,00 | |
| GBB_AGB | 0705-00 / 61599999 | Overige exploitatiekosten | 1.600,00 | |
| GBB_AGB | 0705-00 / 61700010 | Uitzendkrachten en personen ter beschikking gesteld van het bestuur | ||
| GBB_AGB | 0030-00 / 64000010 | Roerende voorheffing | 20,00 | |
| GBB_AGB | 0190-00 / 64020000 | Geraamde belastingen | 3.000,00 | |
| GBB_AGB | 0119-02 / 65999999 | Overige diverse financiële kosten | 100,00 | |
| Totaal 6-rekeningen | 465.380,00 | |||
| AR | AR omschrijving | Uitgavekrediet boekjaar | Ontvangstkrediet boekjaar | |
| ACT-131 | 0705-00 / 70000999 | Opbrengsten uit andere verkopen | 81.000,00 | |
| ACT-131 | 0705-00 / 70050020 | Opbrengsten uit bar/ cafetaria | 3500,00 | |
| 0705-00 / 70409999 | Andere terugvorderingen en tussenkomsten | 40,00 | ||
| 0111-00 / 74500030 | Terugvordering van procedure- en vervolgingskosten | 0,00 | ||
| 0119-02 / 70509999 | Andere huuropbrengsten | 143.436,00 | ||
| 0705-00 / 70000999 | Opbrengsten uit andere verkopen | 43.000,00 | ||
| 0705-00 / 70050020 | Opbrengsten uit bar/ cafetaria | 35.000,00 | ||
| 0705-00 / 70700000 | Prijssubsidies | |||
| 0705-00 / 74500010 | Schadevergoedingen | 300,00 | ||
| 0705-00 / 74500070 | Andere bijdragen uit ondernemingen en gezinnen | |||
| 0030-00 / 75100000 | Creditintresten op rekening courant | 20,00 | ||
| Totaal 7-rekeningen | 306.296,00 | |||
| Totaal (7-6 rek) | -159.084,00 | |||
| Afschrijvingen (-) | 127.827,00 | |||
| Verrekening kapitaalsubsidies (+) | 4.333,00 | |||
| Resultaat van het boekjaar | -282.578,00 | |||
| Resultaat vorige boekjaren | ||||
| Te financieren saldo | -282.578,00 | |||
| BTW 6% | -16.954,68 | |||
| Te financieren saldo incl. btw | -299.532,68 | |||
| Prijssubsidie 1ste semester | 178.420,00 | |||
| Nog te financieren saldo | -121.112,68 | |||
| Raming te ontv. Inkomsten prog. Gem. | 15.000,00 | |||
| Factor | 8,0742 | |||
Om economisch rendabel te zijn heeft het AGB nood aan een prijssubsidie van het gemeentebestuur. De waarde van de prijssubsidie bedraagt de prijs die de bezoeker voor recht op toegang betaalt, vermenigvuldigd met een bepaalde factor.
Onderstaand aangepast prijssubsidiereglement voor het boekjaar 2026 wordt goedgekeurd:
PRIJSSUBSIDIEREGLEMENT
“GEMEENSCHAPSCENTRUM” BESTAANDE UIT:
- GEBOUW “DE CORREN” GELEGEN TE 1820 STEENOKKERZEEL, VAN FRACHENLAAN 24A; EN
- GEBOUW “DE CAMME” GELEGEN TE 1820 STEENOKKERZEEL, TERVUURSESTEENWEG 173.
Tussen
- de Gemeente Steenokkerzeel, vertegenwoordigd door het College van Burgemeester en Schepenen, gevestigd in Orchideeënlaan 17 te 1820 Steenokkerzeel, waarvoor handelen de heer Kurt Ryon, burgemeester, en mevrouw Heidi Abeloos, algemeen directeur, enerzijds;
en
- het Autonoom Gemeentebedrijf Steenokkerzeel, vertegenwoordigd door de Raad van Bestuur van het Autonoom Gemeentebedrijf Steenokkerzeel, gevestigd in Orchideeënlaan 17 te 1820 Steenokkerzeel, waarvoor handelen de heer Jelle Mombaerts, voorzitter Raad van Bestuur, en mevrouw Heidi Abeloos, secretaris, anderzijds;
wordt overeengekomen dat de Gemeente Steenokkerzeel prijssubsidies zal toekennen aan het Autonoom Gemeentebedrijf Steenokkerzeel voor het verlenen van recht op toegang aan bezoekers van evenementen van cultuur of vermaak van eigen programmatie in het “gemeenschapscentrum”. Dit prijssubsidiereglement legt de toekenning van deze prijssubsidies vast en geldt voor de periode vanaf 1/1/2026 tot en met 31/12/2026.
VOORWAARDEN
Om economisch rendabel te zijn wenst het Autonoom Gemeentebedrijf Steenokkerzeel vanaf 1/1/2026 de voorziene toegangsprijzen (inclusief btw) voor alle bezoekers voor de periode van 1/1/2026 tot en met 31/12/2026 voor recht op toegang tot evenementen van cultuur of vermaak van eigen programmatie te vermenigvuldigen met een factor 14,4240
Bijlage:
| Factor bepaling - Boekjaar 2026 | ||||
| AR | AR omschrijving | Uitgavekrediet boekjaar | Ontvangstkrediet boekjaar | |
| ACT-120 | 0705-00 / 60200000 | Aankopen van diensten, werk en studies | 68.000,00 | |
| ACT-120 | 0705-00 / 60400000 | Aankopen van roerende goederen bestemd voor verkoop | 4.500,00 | |
| GBB_AGB | 0010-00 / 69400000 | Rechthebbenden uit voorschot van boekjaar (dividend) | 20.000,00 | |
| GBB_AGB | 0119-02 / 61008000 | Huur, huurlasten en andere vergoedingen van onroerende goederen (LT) | 149.810,00 | |
| GBB_AGB | 0119-02 / 61030010 | Benodigdheden voor gebouwen | 15.000,00 | |
| GBB_AGB | 0119-02 / 61030100 | Prestaties van derden voor onderhoud en herstelling gebouwen | 74.000,00 | |
| ACT-120 | 0705-00 / 61310050 | Erelonen en vergoeding auteursrechten | 5.000,00 | |
| ACT-120 | 0705-00 / 61430010 | Representatie- en receptiekosten & kosten onthaal | 6.500,00 | |
| ACT-120 | 0705-00 / 61599999 | Overige exploitatiekosten | 10.000,00 | |
| GBB_AGB | 0119-02 / 61100000 | Elektriciteit | 15.000,00 | |
| GBB_AGB | 0119-02 / 61110000 | Gas | 13.000,00 | |
| GBB_AGB | 0119-02 / 61130000 | Water | 2.900,00 | |
| GBB_AGB | 0119-02 / 61209999 | Overige verzekeringen | 1.500,00 | |
| GBB_AGB | 0119-02 / 61310020 | Erelonen en vergoedingen consultancy | 5.000,00 | |
| GBB_AGB | 0705-00 / 61310050 | Erelonen en vergoedingen auteursrechten | 1.500,00 | |
| GBB_AGB | 0119-02 / 61310090 | Erelonen en vergoedingen financieel beheer | ||
| GBB_AGB | 0119-02 / 61410010 | Kantoorbenodigdheden | 800,00 | |
| GBB_AGB | 0119-02 / 61410040 | Communicatiekosten telefoon en internet | 2.500,00 | |
| GBB_AGB | 0705-00 / 60200000 | Aankopen van diensten, werk en studies | 5.500,00 | |
| GBB_AGB | 0705-00 / 60400000 | Aankopen van roerende goederen bestemd voor verkoop | 30.000,00 | |
| GBB_AGB | 0705-00 / 61430010 | Representatie- en receptiekosten & kosten onthaal | 1.000,00 | |
| GBB_AGB | 0119-01 / 61429999 | Overige informaticakosten | 13.000,00 | |
| GBB_AGB | 0119-02 / 61430070 | Publiciteit, advertenties & info | 1.000,00 | |
| GBB_AGB | 0030-00 / 61490000 | Overige administratie- en kantoorkosten | 150,00 | |
| GBB_AGB | 0119-02 / 61500010 | Aankoop klein materieel | 15.000,00 | |
| GBB_AGB | 0119-02 / 61503000 | Onderhoud en herstelling technisch materieel | 6.000,00 | |
| GBB_AGB | 0705-00 / 61599999 | Overige exploitatiekosten | 1.600,00 | |
| GBB_AGB | 0705-00 / 61700010 | Uitzendkrachten en personen ter beschikking gesteld van het bestuur | ||
| GBB_AGB | 0030-00 / 64000010 | Roerende voorheffing | 20,00 | |
| GBB_AGB | 0190-00 / 64020000 | Geraamde belastingen | 3.000,00 | |
| GBB_AGB | 0119-02 / 65999999 | Overige diverse financiële kosten | 100,00 | |
| Totaal 6-rekeningen | 471.380,00 | |||
| AR | AR omschrijving | Uitgavekrediet boekjaar | Ontvangstkrediet boekjaar | |
| ACT-120 | 0705-00 / 70100999 | Andere opbrengsten uit de werking | 81.000,00 | |
| ACT-120 | 0705-00 / 70100100 | Verkoop van dranken | 3500,00 | |
| 0705-00 / 70409999 | Andere terugvorderingen en tussenkomsten | 40,00 | ||
| 0111-00 / 74500030 | Terugvordering van procedure- en vervolgingskosten | 0,00 | ||
| 0119-02 / 70309999 | Andere huuropbrengsten | 143.436,00 | ||
| 0705-00 / 70100999 | Andere opbrengsten uit de werking | 43.000,00 | ||
| 0705-00 / 70100100 | Verkoop van dranken | 35.000,00 | ||
| 0705-00 / 70700000 | Prijssubsidies | |||
| 0705-00 / 74500010 | Schadevergoedingen | 300,00 | ||
| 0705-00 / 74500070 | Andere bijdragen uit ondernemingen en gezinnen | |||
| 0030-00 / 75100000 | Creditintresten op rekening courant | 20,00 | ||
| Totaal 7-rekeningen | 306.296,00 | |||
| Totaal (7-6 rek) | -165.084,00 | |||
| Afschrijvingen (-) | 179.437,00 | |||
| Verrekening kapitaalsubsidies (+) | 4.333,00 | |||
| Resultaat van het boekjaar | -340.188,00 | |||
| Resultaat vorige boekjaren | ||||
| Te financieren saldo | -340.188,00 | |||
| BTW 6% | -20.411,28 | |||
| Te financieren saldo incl. btw | -360.599,28 | |||
| Prijssubsidie 1ste semester | ||||
| Nog te financieren saldo | -360.599,28 | |||
| Raming te ontv. Inkomsten prog. Gem. | 25.000,00 | |||
| Factor | 14,4240 | |||
Het kerkbestuur St.-Catharina diende op 20/11/2025 een geactualiseerd meerjarenplan 2020-2025 in. Dit in het kader van de vernieuwing van de veranda van de pastorie.
Op 1 december 2025 werd er een gunstig advies ontvangen van het bisdom. De toezichtstermijn van 100 dagen eindigt aldus op 11 maart 2026.
Het schepencollege gaf in zitting van 16/12/2024 toestemming aan het kerkbestuur om deze vernieuwingswerken te laten uitvoeren in eigen beheer.
Het kerkbestuur voorziet voor deze werken een investeringsuitgave van € 250.000, te financieren met een lening van het kerkbestuur St.-Niklaas.
Voor de gemeente is er geen verhoging van de exploitatie- of investeringstoelage. De leningslasten worden voorzien in het nieuwe meerjarenplan 2026-2031.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten.
Het Besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erkende erediensten.
De gemeenteraad keurt de meerjarenplanaanpassing opgemaakt in 2025 van het kerkbestuur St.-Catharina goed.
Het centraal kerkbestuur (CKB) moet de budgetwijzigingen van de kerkbesturen voor 15 september gecoördineerd indienen bij de gemeenteoverheid. Als de budgetwijziging past binnen het goedgekeurde meerjarenplan moet de gemeenteraad hiervan binnen de 50 dagen na ontvangst akte nemen. Als de budgetwijziging niet past binnen het goedgekeurde meerjarenplan moet de gemeenteraad zich hierover binnen de 50 dagen na ontvangst uitspreken.
Het kerkbestuur St. Catharina diende op 31/10/2025 een budgetwijziging 2025 in. Dit in het kader van de vernieuwing van de veranda van de pastorie.
Het bisdom heeft op 27/10/2025 een gunstig advies gegeven. De toezichtstermijn voor de gemeente eindigt aldus op 20/12/2025.
Het schepencollege gaf in zitting van 16/12/2024 toestemming aan het kerkbestuur om deze vernieuwingswerken te laten uitvoeren in eigen beheer.
Het kerkbestuur voorziet voor deze werken een investeringsuitgave van € 250.000, te financieren met een lening van het kerkbestuur St.-Niklaas.
Voor de gemeente is er geen verhoging van de exploitatie- of investeringstoelage. De leningslasten worden voorzien in het nieuwe meerjarenplan 2026-2031.
Deze budgetwijziging past in het aangepaste meerjarenplan 2020-2025.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten.
Het Besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erkende erediensten.
De gemeenteraad neemt kennis van de budgetwijziging 2025 van het kerkbestuur St.-Catharina. Deze budgetwijziging past in het aangepaste meerjarenplan 2020-2025.
De gemeente en de burgers worden voortdurend geconfronteerd worden met de plaatsing van en/of onderhoud aan verschillende nutsvoorzieningen op gemeentelijk grondgebied.
Deze nutsvoorzieningen vergen werkzaamheden langs de gemeentelijke wegen en hebben aldus een impact hebben op het openbaar domein.
De gemeente heeft in het verleden de Code voor Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeentewegen goedgekeurd, die tot doel heeft een snelle en vlotte uitvoering van de werken te bevorderen, teneinde de hinder en de duur van de werken tot een minimum te herleiden.
Deze Code werd opgemaakt door een overlegplatform bestaande uit een delegatie van nutsbedrijven en een delegatie van de gemeenten.
Op het vlak van het onderhoud en de herstellingen moeten er ook geregeld dringende werken worden uitgevoerd die verband houden met de continuïteit van de dienstverlening; daarnaast zijn er een aantal werken zoals aansluitingswerken, herstellingen en andere kleine onderhoudswerken die omzeggens constant een impact hebben op het openbaar domein.
De Code werd geactualiseerd naar aanleiding van meer aandacht voor minder hinder, meer oog voor het totaal concept en het gebruik van nieuwe e-instrumenten GIPOD, KLIP...
Artikel 40 en 41, 14° van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Budgetcode 0200/70057000 van het overig beleid.
De gemeenteraad keurt het retributiereglement op werken aan nutsvoorzieningen op gemeentelijk openbaar domein goed. Het reglement maakt integraal deel uit van dit besluit en wordt als bijlage toegevoegd.
Het behandelen van meldingen en aanvragen in het kader van het omgevingsvergunningsdecreet vergt een aanzienlijke inzet van de gemeentelijke middelen en het is dan ook billijk deze inzet door te rekenen aan degene op wiens initiatief en in wiens voordeel de meldings- en vergunningsprocedures worden doorlopen.
In het kader van omgevingvergunningsdossiers moeten alle dossiers digitaal afgehandeld worden. Het analoog indienen van een dossier blijft evenwel nog mogelijk, de gemeente is dan verantwoordelijk voor de digitalisering van dergelijke dossiers. Om het digitaal indienen van een dossier aan te moedigen, worden onkosten aangerekend voor het digitaliseren van een analoog ingediend dossier. De kosten bestaan uit het inscannen van de ingediende documenten en het opladen van het dossier in het Omgevingsloket.
De Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen (VMSW) en de door haar erkende woonmaatschappijen hebben een sociale inslag: de terbeschikkingstelling van woningen aan personen met een laag inkomen staat hier voorop. Het is dan ook aangewezen de inspanningen die desbetreffend op vlak van het sociaal woonbeleid worden verricht niet bijkomend financieel te belasten.
Het belastingreglement omvat tarieven voor de verschillende dossiertypes en procedures zoals voorzien in het omgevingsvergunningsdecreet.
De afgifte van allerlei administratieve stukken en het verstrekken van inlichtingen van stedenbouwkundige aard in het kader van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening vergt een inzet van de gemeentelijke middelen, en het is dan ook billijk deze inzet door te rekenen aan de belanghebbenden.
De financiële toestand van de gemeente.
Artikel 40 en 41, 14° van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
De Grondwet, artikel 170 §4.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.
Decreet betreffende de omgevingsvergunning, goedgekeurd op 25 april 2014, en latere wijzigingen.
Besluit van de Vlaamse regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en haar bijlagen, en latere wijzigingen.
Besluit van de Vlaamse Regering van 13 februari 2015 tot aanwijzing van de Vlaamse en provinciale projecten in uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, en latere wijzigingen.
De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, en latere wijzigingen.
Budgetcode 0020/73160000 van het exploitatiebudget.
De gemeenteraad keurt de gemeentebelasting op omgevingsvergunningen, meldingen en andere administratieve stukken van stedenbouwkundige aard goed. Het reglement maakt integraal deel uit van dit besluit en wordt als bijlage toegevoegd.
Naar aanleiding van de zesde staatshervorming wijzigde de belastbare basis van de aanvullende personenbelasting. Vanaf aanslagjaar 2015 worden de gemeentelijke opcentiemen geheven op de 'totale belasting' (artikel 5/3, §2, tweede lid, Bijzondere wet betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten). Deze totale belasting is gelijk aan de som van de federale personenbelasting en de gewestelijke personenbelasting. Door de zesde staatshervorming kunnen de gewesten namelijk opcentiemen heffen op de 'gereduceerde belasting Staat' (art. 5/1, §1, 1° Bijzondere Wet betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten).
De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van alle rendabele belastingen.
Artikelen 465 tot en met 470bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen.
Artikel 170 §4 van de Grondwet.
Artikel 40 en 41, 14° van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Budgetcode 0020/73010000 van het overig beleid.
De gemeenteraad keurt de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting goed. Het reglement maakt integraal deel uit van dit besluit en wordt als bijlage toegevoegd.
De gemeente heeft een belastingreglement voor de vestiging van opcentiemen op de onroerende voorheffing. Dit reglement loopt van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2025. Tot op heden bedragen de tarieven voor particulieren en nijverheid 661,21 opcentiemen. Het gemeentebestuur moet met ingang van 1 januari 2026 de nieuwe opcentiemen onroerende voorheffing vaststellen (OOV). Deze beslissing moet uiterlijk op 31 januari 2026 worden genomen.
Sinds het aanslagjaar 2019 kunnen de gemeenten ervoor kiezen om binnen hun grondgebied de gemeentelijke opcentiemen te differentiëren in plaats van één tarief te hanteren. Hiermee kunnen ze het bedrag van de onroerende voorheffing laten variëren, bv. volgens categorie belastingplichtige (bv. bedrijven en particulieren).
Gezien de vele ambities, plannen en investeringen voor de gemeente wordt de beleidskeuze gemaakt om het bedrag van de onroerende voorheffing te laten variëren volgens categorie belastingplichtige. De categorie nijverheidsbedrijven, met inbegrip van de percelen met als (kadastrale) aard ‘luchthaven’ en ‘vliegveld’, hoger belasten is te verantwoorden omwille van de specifieke kosten die deze categorie voor de gemeente met zich meebrengt zoals extra uitgaven voor de hulpverleningszone, noodplanning, politie, mobiliteit, wegenis, milieudienst, … enz. Daarnaast werd ook de compensatie voor de gederfde opcentiemen materieel en outillage al enige tijd stopgezet.
Daarnaast wenst de gemeente Steenokkerzeel haar huidige belasting op drijfkracht niet meer te vernieuwen. Deze belasting was voor het aanslagjaar 2024 goed voor een fiscale ontvangst van (afgerond) 176.000,00 EUR. Deze belasting viseerde enkel bedrijven die werkten met motoren, dus gebaseerd op de tweede industriële revolutie.
De differentiatie van de opcentiemen op de onroerende voorheffing is nodig om het meerjarenplan voor 2026-2031 van de gemeente Steenokkerzeel financieel in evenwicht te krijgen.
De gemeenteraad heeft het dan ook nuttig geoordeeld het door dit reglement beoogde systeem van gedifferentieerde opcentiemen op de onroerende voorheffing in te voeren teneinde zich aanvullende inkomsten te verschaffen ter financiering van de uitgaven van algemeen nut waaraan de gemeente het hoofd dient te bieden.
Het procentueel aandeel nijverheid in de gemeente (met inbegrip van de percelen met als (kadastrale) aard ‘luchthaven’ en ‘vliegveld’) bedraagt ongeveer 41%, het procentueel aandeel andere dan nijverheid bedraagt ongeveer 59%.
Het tarief voor het gewone KI (andere dan nijverheid en percelen met als (kadastrale) aard ‘luchthaven’ en ‘vliegveld’, codes 1 (F,K,L,P) en 2 (F,K,L,P)) wordt vastgesteld op 661 opcentiemen.
Het differentiatiecriterium betreft de als industrie gebouwde en ongebouwde kadastrale inkomens inclusief materieel en outillage én de percelen met als (kadastrale) aard ‘luchthaven’ en ‘vliegveld’.
Voor het KI Nijverheid en materiaal en outillage (codes 3 (F,K,L,P), 4 (F,K,L,P), 5 (F,K,L,P) en 6 (F,K,L,P), en de percelen met als (kadastrale) aard ‘luchthaven’ en ‘vliegveld’ wordt het tarief bepaald op 860 opcentiemen.
Het kadastraal inkomen op “industrie” omvat niet de kleine handelaars, landbouwers en gewone zelfstandigen in hoofd- of bijberoep. Voor hen geldt het tarief van 661 opcentiemen.
Door de afschaffing van de belasting op drijfkracht en de invoering van het systeem van gedifferentieerde opcentiemen op de onroerende voorheffing worden alle nijverheidsbedrijven op een gelijke manier belast.
De gemeente Steenokkerzeel is een luchthavengemeente. De meeste landingsbanen van Brussels Airport liggen op het grondgebied van de gemeente Steenokkerzeel en genereren momenteel reeds een jaarlijkse opbrengst in de opcentiemen op de onroerende voorheffing. De gemeente acht het billijk om naast de nijverheid die verbonden is aan en geconcentreerd is rond de luchthaven, ook de luchthaven zelf (bv. pier voor boarding) en het vliegveld (bv. landingsbanen) te belasten aan het verhoogd tarief van 860 opcentiemen, aangezien deze onroerende goederen worden ingezet voor de luchthavenexploitatie.
De afronding naar beneden van het huidige tarief van 661,21 opcentiemen naar 661 opcentiemen, dat van toepassing is voor gewone onroerende goederen, wordt gedaan om administratief tot een eenvoudiger hanteerbaar tarief te komen. Het geraamde verlies ten gevolge van deze afronding naar beneden is erg beperkt.
De onroerende voorheffing wordt door de Vlaamse Belastingdienst geïnd. De inkohiering, vaststelling en inning kan plaatsvinden via een sterk geautomatiseerd proces. Ook het aandeel van de gemeentelijke opcentiemen wordt via deze weg mee geïnd en de geinde bedragen worden (via een voorschottensysteem) doorgestort aan de gemeente (waardoor de doorstortingen voor 95 % zeker zijn qua bedrag en timing). Ook bezwaren worden door de Vlaamse Belastingdienst behandeld.
Kortom, het systeem van gedifferentieerde opcentiemen onroerende voorheffing is eenvoudig gezien het zonder aangifte werkt en minder administratieve last meebrengt voor zowel de bedrijven als de gemeentelijke administratie.
De beoogde differentiatie zal, na vaststelling van dit reglement, 199 opcentiemen bedragen, waardoor het tarief voor de kadastrale inkomens nijverheid en materieel en outillage en percelen met als (kadastrale) aard 860 opcentiemen zal bedragen. De andere kadastrale inkomens worden belast aan 661 opcentiemen.
Gezien de financiële toestand van de gemeente.
Aangezien de inning van deze belasting verloopt via de Vlaamse Belastingdienst werd voorafgaandelijk advies aangevraagd omtrent de technische uitvoerbaarheid. Op 21 oktober 2025 hebben wij het positief advies ontvangen dat als bijlage bij dit punt wordt gevoegd.
De Grondwet, meer bepaald artikelen 41, 162 en 170, §4;
Het Wetboek van de inkomstenbelastingen van 10 april 1992, meer bepaald artikelen 298 en 464/1, 1°;
Het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet- fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019;
Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen;
Het Decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit, meer bepaald artikelen 2.1.4.0.2 en 3.1.0.0.4;
Artikel 40 en 41, 14° van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;
Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikelen 286, 287, 288, inzake de bekendmaking en de inwerkingtreding van het belastingreglement;
Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikel 330, inzake het bestuurlijk toezicht op de besluiten van de Gemeenteraad betreffende de belastingreglementen;
Het Besluit Vlaamse Codex Fiscaliteit, meer bepaald artikel 3.1.0.0.6;
Het Besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018 betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones;
Omzendbrief BB 2008/7 van 18 juli 2008 aangaande het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
De Omzendbrief KB/ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019;
De gemeenteraadsbeslissing van 23 januari 2020 van de gemeente Steenokkerzeel betreffende de gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025;
Het positief advies van de Vlaamse belastingdienst van 21 oktober 2025 inzake de technische uitvoerbaarheid differentiatie opcentiemen onroerende voorheffing.
Budgetcode 0020/73000000 van het overig beleid.
De gemeenteraad keurt de opcentiemen op de onroerende voorheffing goed. Het reglement maakt integraal deel uit van dit besluit en wordt als bijlage toegevoegd.
De aanwezigheid van tanks en vergaarbakken houdt een bijkomend veiligheidsrisico in voor de omgeving en dit veiligheidsrisico neemt toe naarmate de opslagcapaciteit van de tanks en vergaarbakken toeneemt.
Dit vergt een extra alertheid van diverse gemeentelijke diensten zoals de gemeentelijke milieudienst, de brandweer en de politiediensten wat tot verhoogde kosten kan leiden. Het is dan ook rechtvaardig om deze kosten ten laste te leggen van de exploitanten, die tanks en vergaarbakken exploiteren voor commerciële en industriële doeleinden.
Voor tanks en vergaarbakken die gelet op de aard van hun inhoud een beperkter veiligheidsrisico inhouden, is het aangewezen om in een vrijstelling te voorzien.
Het belastingreglement “gemeentebelasting op tanks en vergaarbakken” dient te worden hernieuwd.
De financiële toestand van de gemeente.
Artikel 40 en 41, 14° van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Artikel 170 §4 van de Grondwet.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.
Het besluit van de gemeenteraad van 19 december 2019 houdende goedkeuring van de gemeentebelasting op tanks en vergaarbakken.
Budgetcode 0020/73418000 van het overig beleid.
De gemeenteraad keurt de gemeentebelasting op tanks en vergaarbakken goed. Het reglement maakt integraal deel uit van dit besluit en wordt als bijlage toegevoegd.
Het is aangewezen de eigenaars van vaste of verplaatsbare reclameborden financieel te laten bijdragen ter compensatie van de visuele vervuiling in het straatbeeld die een overvloed aan reclameborden met zich meebrengt.
De gemeente wil een wildgroei aan reclameborden voorkomen en hun aanwezigheid in het straatbeeld zoveel mogelijk beperken gelet op de negatieve impact ervan.
Het belastingreglement “Gemeentebelasting op de reclameborden zichtbaar vanaf een verkeersweg” dient te worden hernieuwd.
De financiële toestand van de gemeente.
Artikel 40 en 41, 14° van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Artikel 170 §4 van de Grondwet.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.
Het besluit van de gemeenteraad van 19 december 2019 houdende goedkeuring van de gemeentebelasting op de reclameborden zichtbaar vanaf een verkeersweg.
Budgetcode 0020/73422000 van het overig beleid.
De gemeenteraad keurt de gemeentebelasting op de reclameborden zichtbaar vanaf een verkeersweg goed. Het reglement maakt integraal deel uit van dit besluit en wordt als bijlage toegevoegd.
Het beginsel dat “de vervuiler betaalt” betekent dat de kosten voor maatregelen ter voorkoming, vermindering en bestrijding van verontreiniging en voor het herstellen van schade voor rekening van de vervuiler zijn.
De gemeente maakt kosten voor de ophaling en de verwerking van het afval dat gegenereerd wordt door de verspreiding van het drukwerk en gelijkgestelde producten.
De in de tijd beperkte vrijstelling voor de drukwerken van politieke partijen die een lijst indienden voor de Europese, de federale, de gewestelijke, provinciale of gemeentelijke verkiezingen, of van kandidaten die op een dergelijke lijst voorkomen, is redelijk en objectief verantwoord vermits deze drukwerken bedoeld zijn om elke burger te kunnen bereiken en dat het in een democratische staat essentieel is dat de burger zijn standpunt voor zijn stemgedrag (in het bijzonder tijdens verkiezingen) kan vormen.
Ook is het redelijk en objectief verantwoord om niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten vrij te stellen wanneer deze worden verspreid in het kader van een gemeentelijke volksraadpleging zoals bedoeld in artikel 305 e.v. Decreet van 22 december 2017, aangezien een volksraadpleging enkel in functie staat van het algemeen belang (zie ook artikel 305, tweede lid Decreet van 22 december 2017) en ook bijdraagt tot de actieve participatie van de inwoners van de gemeente in het bestuur.
De vrijstelling van de belasting voor de drukwerken (en gelijkgestelde producten) van socio-culturele en sportverenigingen, door een gemeentelijke adviesraad erkende verenigingen, en vormings- en onderwijsinstellingen is redelijk en objectief verantwoord omdat de door deze instellingen uitgegeven drukwerken (en gelijkgestelde producten) veelal een noodzakelijk en rechtstreeks verband houden met hun socio-culturele aard, hun publieke of onderwijsfunctie, of bijdragen tot een zinvolle vrijetijdsbesteding of de beoefening van sport binnen de gemeente, zodat zij een bepaalde taak van gemeentelijke of algemeen belang dan wel van openbaar nut vervullen. Bovendien geldt ook hier dat deze instellingen/organisaties in de praktijk niet stelselmatig drukwerken verspreiden en de door hen verspreide drukwerken veelal van geringe omvang zijn.
De financiële toestand van de gemeente.
Artikel 40 en 41, 14° van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Artikel 170 §4 van de Grondwet.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.
De Omzendbrief KB ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit.
Het Decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams Reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (Vlarema).
Gelet op het gemeenteraadsbesluit van 19 december 2019, Gemeentebelasting op de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en van gelijkgestelde producten.
Budgetcode 0020/73424000 van het overig beleid.
De gemeenteraad keurt de gemeentebelasting op de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en van gelijkgestelde producten goed. Het reglement maakt integraal deel uit van dit besluit en wordt als bijlage toegevoegd.
De activiteiten van nachtwinkels, shishabars, wedkantoren en massagesalons verschillen fundamenteel van deze van de gewone kleinhandel. Wat betreft elk van deze activiteiten situeren de openingsuren zich veelal tijdens de nachtrust van de meeste omwonenden, en wordt er ook een enigszins ander publiek aangetrokken. Deze situatie kan leiden tot grotere inspanningen vanwege de gemeente, onder andere wat betreft de inzet van de lokale politie voor de handhaving van de openbare orde en de verkeersveiligheid, en van de gemeentediensten die instaan voor de openbare netheid.
Dergelijke activiteiten kunnen ook mogelijk de openbare orde verstoren, de netheid aantasten en het imago van het winkelapparaat schaden.
Het is dus billijk dat de nachtwinkels, shishabars, wedkantoren en massagesalons als tegenprestatie een bijzondere financiële inspanning doen voor de gemeente.
Voor de wedkantoren wordt verwezen naar artikel 2.12.4.0.2 VCF.
De financiële toestand van de gemeente.
Artikel 40 en 41, 14° van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Artikel 170 §4 van de Grondwet.
De wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening.
Gelet op artikel 2.12.4.0.2 VCF.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.
De Omzendbrief KB ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit.
Gelet op het belastingreglement op de nachtwinkels van 19 december 2019
Budgetcode 0020/73408000 van het overig beleid.
De gemeenteraad keurt de gemeentebelasting op nachtwinkels, shishabars, wedkantoren en massagesalons goed. Het reglement maakt integraal deel uit van dit besluit en wordt als bijlage toegevoegd.
Gelet op het feit dat het aanbieden van logies voor de gemeente een grotere belasting met zich meebrengt voor de gemeentelijke diensten, op vlak van openbare veiligheid, onderhoud openbaar domein, afvalbeheersing en verkeer.
De gemeente acht het wenselijk om de verordening toe te passen op de comfortcategorie “hotel” zoals gedefinieerd in het uitvoeringsbesluit van het decreet houdende het toeristische logies. De gemeente wil enkel de grotere logiesverstrekkende bedrijven belasten waarvan mag worden aangenomen dat deze ook een grotere impact hebben op hun omgeving.
De gemeente acht het wenselijk bijkomend een tariefdifferentiatie in te bouwen op basis van de comfortclassificatienormen zoals die worden toegekend op basis van de criteria uit bijlage 2 bij het Besluit van de Vlaamse Regering van 17 maart 2017 tot bepaling van de classificatienormen voor comfort in een erkend toeristisch logies. De gemeente vindt het immers billijk dat een hotel met een lage stercategorie minder belasting moet betalen dan hotels uit de hogere stercategorieën.
De financiële toestand van de gemeente.
Artikel 40 en 41, 14° van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Artikel 170 §4 van de Grondwet.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.
Het decreet van 5 februari 2016 houdende het toeristische logies, zoals gewijzigd door het decreet van 10 maart 2017.
Gelet op het belastingreglement van 19 december 2019 betreffende de verblijfsbelasting.
Het Besluit van de Vlaamse Regering van 17 maart 2017 tot uitvoering van het Decreet van 5 februari 2016 houdende het toeristisch logies, zoals gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 23 december 2022 en zoals gewijzigd bij het Besluit van de Vlaamse Regering van 20 december 2024.
Budgetcode 0020/73419000 van het overig beleid.
De gemeenteraad keurt de verblijfsbelasting goed. Het reglement maakt integraal deel uit van dit besluit en wordt als bijlage toegevoegd.
Gelet op de inname van het openbaar domein door vaste en mobiele eetkramen, waarvoor het rechtvaardig is dat de eigenaar van het mobiele of vast eetkraam, opgesteld op het openbaar domein, een vergoeding betaalt.
Gelet op de overlast voor de gemeentelijke diensten die wordt veroorzaakt door de inname van het publiek domein door eetkramen en door het achterlaten van afval op plaatsen waar eetkramen worden geplaatst, wat kosten voor de gemeente met zich meebrengt.
De financiële toestand van de gemeente.
Artikel 40 en 41, 14° van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Artikel 170 §4 van de Grondwet.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.
Het belastingreglement op vaste en mobiele eetkramen van 19 december 2019.
Budgetcode 0020/73603000 van het overig beleid.
De gemeenteraad keurt het plaatsrecht op vaste en mobiele eetkramen goed. Het reglement maakt integraal deel uit van dit besluit en wordt als bijlage toegevoegd.
De gemeente is van oordeel dat de uitbouw van toegankelijke dienst- en hulpverlening ook belangrijk is om het recht op huisvesting te waarborgen. De belanghebbende moeten bij de gemeente terecht kunnen met allerlei vragen betreffende wonen, maar ook voor een begeleiding naar een gepaste woonoplossing. De gemeente wil tevens de doelgroep van de jonge gezinnen en ook het stijgend aantal ouderen niet uit het oog verliezen. Hiervoor zullen de diverse woonprojecten in de gemeente, de (sociale) huisvestingsprojecten en/of andere woonvormen de nodige en specifieke aandacht krijgen. De gemeente ontwikkelt hiertoe de nodige initiatieven.
De gemeente staat ook in voor de aanleg en het onderhoud van de noodzakelijke infrastructuur , dit om het woonklimaat in de gemeente zo leefbaar mogelijk te maken. Hieronder vallen o.a. onderhoud van wegen, voetpaden, fietspaden, aanleg en onderhoud van speel- en ontmoetingspleinen, ….
Deze missie is tevens de basis om een goed woon- en leefklimaat voor haar inwoners te garanderen. Om deze doelstellingen te financieren heft de gemeente een algemene bouwbelasting. Deze belasting wordt verantwoord ten einde een gezonde financiële toestand van de gemeente te behouden bij het realiseren van de bovenvermelde doelstellingen.
In het belastingreglement zijn een aantal vrijstellingen voorzien :
De land- en tuinbouwers zijn ondernemingen die door hun aard de grond (bodem) als natuurlijk productiemiddel aanwenden en die in vergelijking met andere categorieën een lager rendement genereren per m² oppervlakte. Ze hebben een uitzonderlijke nood aan grotere oppervlakten om een economisch leefbare (rendabele) exploitatie te kunnen realiseren. De financiële draagkracht van de belastingplichtige en/of economische rentabiliteit kan een verantwoord criterium zijn voor de differentiatie qua omvang van de belasting. Een verminderd tarief is verantwoord voor land- en tuinbouwers. Uit studies blijkt dat het inkomen van de agrarische sector aanzienlijk lager is en dat deze sector nood heeft aan grotere oppervlakten om een economische leefbare rendabele exploitatie te kunnen realiseren. Op basis van de zeer specifieke ratio die achterliggend is aan het Europese Landbouwbeleid en die enkel van toepassing is op de agrarische sector, omwille van het feit dat het behoud van voedselproductie in Europa levensnoodzakelijk is, omwille van het geringe inkomen van agrarische bedrijven, en hun uitzonderlijke nood aan grotere bebouwde oppervlakten om een economisch leefbare rendabele exploitatie te genereren, is het aangewezen om te voorzien in een verminderd tarief voor land- en tuinbouwers.
De financiële toestand van de gemeente.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald de artikelen 2, 40, 41, 252, 286 t.e.m. 287 en 326 t.e.m. 335.
De artikelen 41, 162 en 170, §4 van de Grondwet.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018 betreffende de openbaarheid van bestuur.
Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, en latere wijzigingen.
Gecodificeerde decreten Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2019
Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 met betrekking tot de gemeentefiscaliteit.
Het besluit van de gemeenteraad van 15 oktober 2020 betreffende de belasting op het bouwen en verbouwen van woningen en gebouwen.
Budgetcode 0020/73700000 van het overig beleid.
De gemeenteraad keurt de gemeentebelasting op bouwen en verbouwen goed. Het reglement maakt integraal deel uit van dit besluit en wordt als bijlage toegevoegd.
De gemeente en haar burgers worden regelmatig geconfronteerd met afvalstoffen die worden achtergelaten op niet-reglementaire wijze.
Het is noodzakelijk dat sluikstort zo vlug mogelijk verwijderd wordt, omdat dit past in een algemeen streven naar een nette en leefbare gemeente.
Het verwijderen en verwerken van deze achtergelaten afvalstoffen vergt extra inspanningen van de gemeentelijke diensten en/of het inzetten van een externe firma en gaat gepaard met extra kosten voor de gemeente.
Deze kosten worden berekend en verhaald op de sluikstorter, tegen een louter kostendekkend tarief.
Artikel 40 en 41, 14° van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Artikel 41, 162 en 173 van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994.
Artikel 16.1.2, 2°, en 16.6.3, §2, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM)
Artikel 12 van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (Materialendecreet)
Besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA)
Het Algemeen Politiereglement van de gemeente Steenokkerzeel, goedgekeurd door de gemeenteraad op 20 juni 2024, en latere wijzigingen.
Budgetcode 0020/70036000 van het overig beleid.
De gemeenteraad keurt de retributie op het verwijderen en verwerken van sluikstort goed. Het reglement maakt integraal deel uit van dit besluit en wordt als bijlage toegevoegd
Artikel 23 van de Grondwet waarborgt het recht op een menswaardig leven, waaronder behoorlijke huisvesting. Elke woning in Vlaanderen moet voldoen aan minimale normen inzake veiligheid, gezondheid en comfort, zoals vastgelegd in de Vlaamse Codex Wonen (VCW).
Woningen die niet aan deze normen voldoen, kunnen na een conformiteitsonderzoek door de burgemeester ongeschikt en/of onbewoonbaar worden verklaard (artikel 3.12 VCW). De woningen worden opgenomen in de Vlaamse inventaris (VIVOO). Na één jaar opname is een Vlaamse heffing verschuldigd, tenzij een vrijstelling geldt.
Gemeenten kunnen:
Door het heffen van honderd opcentiemen wordt de druk op eigenaars verhoogd om hun woning in orde te brengen. Dit ondersteunt het lokaal woonbeleid in de strijd tegen leegstand en verloedering.
Artikel 170, §4 van de Grondwet.
Artikel 40 en 41, 14° van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Artikel 464/1 van het Wetboek Inkomstenbelastingen 1992.
Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019.
Artikel 2.5.4.0.2 en artikel 3.1.0.0.4 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013.
Besluit van de Vlaamse Regering van 13 december 2013 houdende de uitvoering van de Vlaamse Codex Fiscaliteit.
De Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021.
De gemeenteraadsbeslissing van 19 oktober 2023 betreffende opcentiemen op de heffing van het Vlaamse Gewest op ongeschikte en onbewoonbare woningen.
Budgetcode 0020/73040000 van het overig beleid.
De gemeenteraad keurt de gemeentelijke opcentiemen op de gewestelijke heffing op ongeschikt/onbewoonbaar verklaarde woningen goed. Het reglement maakt integraal deel uit van dit besluit en wordt als bijlage toegevoegd.
De Vlaamse overheid heft een gewestelijke belasting op leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimtes die minstens drie jaar op de inventaris staan. Gemeenten kunnen hierop inspelen via:
Door het heffen van honderd opcentiemen wordt de druk op eigenaars verhoogd om hun panden opnieuw in gebruik te nemen of te renoveren. Dit ondersteunt het lokale beleid inzake ruimtelijke ordening en economische herontwikkeling.
Artikel 170, §4 van de Grondwet.
Artikel 40 en 41, 14° van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Artikel 464/1 van het Wetboek Inkomstenbelastingen 1992.
Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019.
Artikel 2.6.4.0.2 en artikel 3.1.0.0.4 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013.
Besluit van de Vlaamse Regering van 13 december 2013 houdende de uitvoering van de Vlaamse Codex Fiscaliteit.
De Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Budgetcode 0020/73050000 van het overig beleid.
De gemeenteraad keurt de gemeentelijke opcentiemen op de heffing van het Vlaamse Gewest op leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten goed. Het reglement maakt integraal deel uit van dit besluit en wordt als bijlage toegevoegd.
Door de onmiddellijke nabijheid van de nationale luchthaven bestaat er een proportionele wanverhouding tussen de hoeveelheid van bewaarplaatsen voor motorvoertuigen en de omvang van de gemeente, zodat mag worden aangenomen dat deze bewaarplaatsen bijkomende hinder meebrengen door het aantrekken van motorvoertuigen van eigenaars buiten de gemeente.
Deze wanverhouding vereist bijkomende organisatorische, structurele en financiële inspanningen van de gemeente op het vlak van verkeersveiligheid, politie en administratie.
Gelet op het feit dat het rechtvaardig voorkomt de uitbaters van de bewaarplaatsen te laten bijdragen in deze bijkomende inspanningen in verhouding tot de daadwerkelijk gestalde voertuigen.
De financiële toestand van de gemeente.
Artikel 40 en 41, 14° van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Artikel 170 §4 van de Grondwet.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.
Het belastingreglement van 19 december 2019 op de uitbating van bewaarplaatsen voor motorvoertuigen.
Budgetcode 0020/73499999 van het overig beleid.
De gemeenteraad keurt de gemeentebelasting op de uitbating van bewaarplaatsen voor motorvoertuigen goed. Het reglement maakt integraal deel uit van dit besluit en wordt als bijlage toegevoegd.
Het ontwerp van het meerjarenplan 2026-2031 voor het Autonoom Gemeentebedrijf Steenokkerzeel werd opgemaakt met medewerking van het managementteam en de leden van het college van burgemeester en schepenen.
Met de invoering van het decreet over het lokaal bestuur en het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen, bestaat het budget als zodanig niet meer. Het meerjarenplan en de aanpassingen van het meerjarenplan zijn nu het enige document. De bedragen van 2026 in het meerjarenplan worden nu aanzien als autorisatiekredieten.
De raad van bestuur van het AGB Steenokkerzeel heeft op 16 december 2025 het meerjarenplan 2026-2031 vastgesteld.
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen en latere wijzigingen.
Het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen en latere wijzigingen.
De omzendbrief KBBJ/ABB 2025/1 van 18 juli 2025 betreffende de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus.
1. Het meerjarenplan 2026-2031 van het AGB Steenokkerzeel wordt goedgekeurd.
2. Samengevat geeft dit de volgende financiële resultaten:
| Beschikbaar budgettair resultaat | Autofinancieringsmarge |
| 2026: 85.321 EUR | 2026: 15.550 EUR |
| 2027: 82.956 EUR | 2027: - 2.365 EUR |
| 2028: 71.858 EUR | 2028: - 11.098 EUR |
| 2029: 57.837 EUR | 2029: - 14.021 EUR |
| 2030: 44.732 EUR | 2030: - 13.105 EUR |
| 2031: 49.711 EUR | 2031: 4.979 EUR |
Het ontwerp van het meerjarenplan 2026-2031 voor gemeente en OCMW werd opgemaakt met medewerking van het managementteam en de leden van het college van burgemeester en schepenen en van het vast bureau.
Met de invoering van het decreet over het lokaal bestuur en het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen, moeten de gemeente en het OCMW voortaan één gezamenlijk beleidsplan indienen. Omdat beide organisaties nog een afzonderlijke rechtspersoonlijkheid behouden, dienen er wel nog aparte kredieten per organisatie voorzien te worden.
Het budget bestaat niet meer; het meerjarenplan en de aanpassingen van het meerjarenplan zijn nu het enige document. De bedragen van 2026 in het meerjarenplan worden nu aanzien als autorisatiekredieten.
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen en latere wijzigingen.
Het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen en latere wijzigingen.
De omzendbrief KBBJ/ABB 2025/1 van 18 juli 2025 betreffende de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus.
1. Het deel gemeente van het meerjarenplan 2026-2031 van gemeente en OCMW Steenokkerzeel wordt vastgesteld.
2. De gemeenteraad keurt het deel OCMW van het meerjarenplan 2026-2031 van gemeente en OCMW Steenokkerzeel - zoals vastgesteld door de Raad voor Maatschappelijk Welzijn van 18 december 2025 - goed, en stelt daarmee het meerjarenplan 2026-2031 van gemeente en OCMW Steenokkerzeel in zijn geheel definitief vast.
3. Samengevat geeft dit de volgende financiële resultaten:
| Beschikbaar budgettair resultaat | Autofinancieringsmarge |
| 2026: 10.243.457 EUR | 2026: - 669.771 EUR |
| 2027: 6.167.316 EUR | 2027: 86.675 EUR |
| 2028: 3.058.794 EUR | 2028: 370.722 EUR |
| 2029: 1.317.132 EUR | 2029: 1.542.237 EUR |
| 2030: 1.988.392 EUR | 2030: 1.419.689 EUR |
| 2031: 2.468.382 EUR | 2031: 1.429.183 EUR |
4. De lijsten van de nominatieve werkings- en investeringstoelagen als bijlagen worden goedgekeurd.
Gelet op de inname van het openbaar domein door marktkramers zodat het rechtvaardig is degene die een voordeel geniet van de inname van het openbaar domein als marktkramer, financieel te laten bijdragen.
Het is billijk degene die in het kader van sociale doelen het openbaar domein gebruikt niet te laten betalen nu deze bijdraagt aan het sociaal beleid van de gemeente, zodat sociale initiatieven niet bijkomend financieel moeten worden belast. Zodoende kunnen toevallige marktgebruikers die geld inzamelen voor een goed doel worden vrijgesteld. Een goed doel is een organisatie of charitatieve instelling, die zich inzet voor een zaak van algemeen belang zoals mensenrechten, bestrijden van armoede, natuurbehoud, … (niet limitatieve opsomming) en daarvoor geld inzamelt.
In het kader van sociale initiatieven is het eveneens verantwoord dat gemeentelijke verenigingen die als toevallige marktgebruikers het openbaar domein gebruiken ten bate van hun werking of goed doel, worden vrijgesteld van de belasting.
De gemeente wil ook studenten die in het kader van hun opleiding (o.a.) een mini-onderneming uitbaten vrijstellen van de belasting, gelet op het feit dat de verkopen volledig kaderen binnen hun opleiding en dienstig zijn ter evaluatie van hun opleiding.
De financiële toestand van de gemeente.
Artikel 40 en 41, 14° van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Artikel 170 §4 van de Grondwet.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.
Het belastingreglement op de marktrechten van 19 december 2019.
Budgetcode 0020/73600000 van het overig beleid.
De gemeenteraad keurt de vaststelling van de tarieven der marktrechten goed. Het reglement maakt integraal deel uit van dit besluit en wordt als bijlage toegevoegd.
De gemeente Steenokkerzeel wenst een belasting op tweede verblijven in te voeren voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
De gemeente heeft de bevoegdheid om een eigen beleid te voeren inzake tweede verblijven. Dit reglement kadert binnen die autonomie en beoogt een transparante en rechtvaardige toepassing van de belasting op tweede verblijven.
De gemeente wenst met deze belasting op tweede verblijven een evenwichtige bijdrage te verzekeren van alle gebruikers van haar grondgebied aan de financiering van de gemeentelijke dienstverlening en infrastructuur. Eigenaars van een tweede verblijf zijn, hoewel zij niet ingeschreven zijn in het bevolkingsregister, regelmatig aanwezig in de gemeente en maken gebruik van gemeentelijke voorzieningen zoals afvalophaling, openbare veiligheid, onderhoud van wegen en groen, recreatieve en culturele infrastructuur, enzovoort.
Inwoner/bewoners dragen bij via de aanvullende personenbelasting, waardoor een onevenwicht ontstaat in de verdeling van de kosten voor deze dienstverlening.
De belasting is niet bedoeld als een loutere ‘weeldebelasting’, maar als een evenwichtige compensatie voor het gebruik van gemeentelijke diensten en als instrument om de lokale woonmarkt te ondersteunen.
Deze motieven zijn in overeenstemming met de richtlijnen uit de omzendbrief KB/ABB 2019/2 en houden rekening met de recente rechtspraak, die vereist dat het onderscheid tussen inwoners en tweedeverblijvers objectief en redelijk wordt verantwoord.
Er bestaat geen hogere regelgeving die gemeenten verplicht om een uniforme definitie van tweede verblijf te hanteren. De gemeente kiest er daarom voor om zich te baseren op de richtinggevende definitie zoals opgenomen in de omzendbrief KW ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit, goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 15 februari 2019. Volgens deze omzendbrief wordt een tweede verblijf omschreven als:
“Elke private woongelegenheid die niet het hoofdverblijf vormt van de eigenaar of de huurder, maar die wel op elk moment door hem kan worden bewoond. Tweede verblijven zijn landhuizen, bungalows, appartementen, weekendhuisjes, optrekjes en alle andere vaste woongelegenheden, met inbegrip van de met chalets gelijkgestelde caravans, die al of niet ingeschreven zijn in de kadastrale legger.
Lokalen die uitsluitend bestemd zijn om een beroepsactiviteit uit te oefenen, garages, tenten, verplaatsbare caravans en woonaanhangwagens worden niet als tweede verblijf beschouwd. Op tenten, verplaatsbare caravans en woonaanhangwagens kan eventueel wel een belasting op het kamperen van toepassing zijn.”
De gemeenteraad acht het wenselijk om een maximumtarief van 1.250 euro per tweede verblijf vast te stellen. Zij beschouwt dit tarief als gematigd en billijk voor de duur van het belastingreglement.
Het reglement voorziet een belastingverhoging bij niet-naleving van de aangifteplicht. De belastingverhoging is noodzakelijk om de correcte toepassing van het reglement te waarborgen, fraude te voorkomen en de belastingplichtigen te motiveren hun aangifteverplichtingen na te komen. De verhogingen zijn proportioneel, wettelijk begrensd en dragen bij aan een rechtvaardige belastingheffing.
Het reglement voorziet een vrijstelling voor het tijdelijk gebruik van de woongelegenheid als opvang van personen in acute noodsituaties, zoals dakloosheid, huiselijk geweld of de plotselinge onbewoonbaarheid van de eigen woning. Deze opvang wordt doorgaans georganiseerd door lokale overheden of erkende maatschappelijke organisaties en is niet bedoeld voor reguliere of langdurige bewoning. De tijdelijke en bijzondere aard van het gebruik vormt de grondslag voor deze vrijstelling.
Deze belasting is van toepassing zowel op zakelijk gerechtigden van het tweede verblijf woonachtig in de gemeente Steenokkerzeel als woonachtig buiten de gemeente Steenokkerzeel. De belasting op tweede verblijven is immers een belasting op een tweede verblijf zodat het feit of de zakelijk gerechtigde van het tweede verblijf al of niet ingeschreven zijn in de bevolkingsregisters van de gemeente geen pertinent onderscheidingscriterium is voor de toepassing van de belasting.
De gemeente is genoodzaakt om belastingen te heffen omwille van haar financiële toestand en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden.
Artikel 170, §4 van de Grondwet;
Artikel 40 en 41, 14° van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;
Het Wetboek van de inkomstenbelastingen van 10 april 1992 en het Invorderingswetboek van 13 april 2019;
Het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
Het bestuursdecreet van 7 december 2018;
De Omzendbrief BB 2008/07 van 18 juli 2008 aangaande het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
De Omzendbrief KB/ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019;
Vlaamse Codex Wonen van 2021;
Het gemeenteraadsbesluit van 14 december 2021, gemeentelijk belastingreglement op tweede verblijven.
Budgetcode 0020/73770000 (overig beleid) van de exploitatie.
De gemeenteraad keurt het gemeentelijk belastingreglement op de tweede verblijven goed. Het reglement maakt integraal deel uit van dit besluit en wordt als bijlage toegevoegd.
Het is wenselijk om een leegstandsregister bij te houden, zodat het beschikbare woningen- en gebouwenbestand optimaal benut wordt en verloedering wordt tegengehouden.
Langdurige leegstand van woningen en gebouwen in de gemeente moet voorkomen en bestreden worden. De leegstandsheffing dient als instrument om leegstand en verloedering tegen te gaan en opwaardering van de buurt te stimuleren.
Leegstand van woningen opsporen, registreren en aanpakken is een gemeentelijke bevoegdheid. Gemeenten hebben een ruime vrijheid om te bepalen hoe ze leegstand bestrijden, maar er zijn enkele basisvoorwaarden:
De vrijstellingen die in het reglement zijn opgenomen spelen in op (onvoorziene) situaties en sluiten aan bij de beleidsdoelstellingen van de gemeente. Ze zijn verantwoord aangezien ze objectief, controleerbaar en tijdelijk zijn. Ze houden rekening met redelijke uitzonderingssituaties waarin het opleggen van een belasting niet proportioneel zou zijn:
De financiële toestand van de gemeente.
Artikel 40 en 41, 14° van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Artikel 170 §4 van de Grondwet.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Boek 2, Deel 2, Titel 3 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 over het leegstandsregister, artikelen 2.9 tot en 2.14
Boek 2. Deel 2. Titel 4 van het Besluit van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 betreffende de subsidiëring van intergemeentelijke projecten ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid. Onder artikel 2.14 staat leegstaande gebouwen en woningen opsporen, registreren en aanpakken opgenomen als basisinitiatief.
Het besluit van de gemeenteraad van 19/06/2025 waarbij de deelname aan de interlokale vereniging 'Woonwinkel Noord', goedkeuring subsidiedossier 2026-2031 werd goedgekeurd en kennis werd genomen van de voorlopige begroting.
Het besluit van de gemeenteraad van 14 december 2021 houdende goedkeuring van het gemeentelijk reglement inzake leegstaande woningen/gebouwen en leegstandsheffing over de heffingsperiode 2022-2025.
Budgetcode 0020/73740000 van het overig beleid.
De gemeenteraad keurt het gemeentelijk reglement inzake leegstaande woningen/gebouwen en leegstandsheffing goed. Het reglement maakt integraal deel uit van dit besluit en wordt als bijlage toegevoegd.
Het bestaande gemeentelijk reglement inzake opname en belasting van verwaarloosde woningen en gebouwen 2024-2025 dient te worden hernieuwd.
De gemeente maakt deel uit van de Interlokale Vereniging Woonwinkel Noord. Het activiteitenpakket van het project bevat het opsporen, registreren en aanpakken van leegstaande gebouwen en woningen als aanvullende activiteit (2020-2025) en als basisactiviteit (2026-2031) zoals vermeld in artikel 2.14 van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Verwaarlozing wordt decretaal gedefinieerd als ernstige zichtbare en storende gebreken aan o.a. buitenmuren, dak, schrijnwerk en goten. Gemeenten kunnen deze definitie verder uitwerken en de vaststellingsprocedure bepalen via een reglement.
De gemeentelijke registratie geldt enkel voor gebouwen buiten het toepassingsgebied van het decreet van 19 april 1995, dus voor niet-economische gebouwen en economische gebouwen op percelen kleiner dan 500 m².
De vrijstellingen die in het reglement zijn opgenomen spelen in op (onvoorziene) situaties en sluiten aan bij de beleidsdoelstellingen van de gemeente. Ze zijn verantwoord aangezien ze objectief, controleerbaar en tijdelijk zijn. Ze houden rekening met redelijke uitzonderingssituaties waarin het opleggen van een belasting niet proportioneel zou zijn:
De financiële toestand van de gemeente.
Artikel 40 en 41, 14° van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Artikel 170 §4 van de Grondwet.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Boek 2, Deel 2, Titel 4 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 over het register van verwaarloosde woningen en gebouwen, artikel 2.15 - 2.20.
Boek 2. Deel 2. Titel 4 van het Besluit van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 betreffende de subsidiëring van intergemeentelijke projecten ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid. Onder artikel 2.14 staat verwaarloosde gebouwen en woningen opsporen, registreren en aanpakken opgenomen als basisinitiatief.
Het besluit van de gemeenteraad van 19 juni 2025 houdende het verderzetten van de deelname aan de Interlokale Vereniging “Woonwinkel Noord”- goedkeuring van het subsidiedossier 2026–2031, waarin de opmaak, opbouw, beheer en actualisatie van het register van verwaarloosde woningen en gebouwen inbegrepen is.
Het besluit van de gemeenteraad van 14 december 2023 houdende goedkeuring van gemeentelijk reglement inzake verwaarloosde woningen/gebouwen en verwaarlozingsheffing over de heffingsperiode 2024-2025.
Budgetcode 0020/73750000 van het overig beleid.
De gemeenteraad keurt het gemeentelijk reglement opname en belasting van verwaarloosde woningen en gebouwen goed. Het reglement maakt integraal deel uit van dit besluit en wordt als bijlage toegevoegd.
Schrijven van de FOD Binnenlandse Zaken houdende aanpassing van de tarieven van de elektronische identiteitskaarten en -documenten vanaf 1 januari 2026.
Voor de afgifte van administratieve stukken is het billijk een gemeentebelasting te heffen, die in verhouding staat tot het werk dat nodig is voor deze afgifte. In sommige gevallen komt deze gemeentebelasting bovenop de kostprijs die door de hogere overheid wordt aangerekend aan de gemeente (identiteitskaarten, vreemdelingenkaarten, Kids-ID, paspoorten, rijbewijzen, ...).
De financiële toestand van de gemeente.
Artikel 40 en 41, 14° van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 170 §4 van de Grondwet.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.
De Omzendbrief KB ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit.
Het Ministerieel Besluit van 15 maart 2013 tot vaststelling van het tarief van de vergoedingen ten laste van de gemeenten voor de uitreiking van de elektronische identiteitskaarten, de elektronische identiteitsdocumenten voor Belgische kinderen onder de twaalf jaar en de kaarten en verblijfsdocumenten, afgeleverd aan vreemde onderdanen, en latere wijzigingen.
Gelet op de opeenvolgende omzendbrieven in uitvoering van voornoemd Ministerieel besluit van 15 maart 2013, en latere wijzigingen.
Budgetcode 0020/73150000 van het overig beleid.
De gemeenteraad keurt de gemeentebelasting op de afgifte van administratieve stukken goed. Het reglement maakt integraal deel uit van dit besluit en wordt als bijlage toegevoegd.
Gilbert Jaspers geeft toelichting over dit agendapunt :
De gemeenteraad keurde op 22 februari 2024 het akkoord goed rond de ontwerpovereenkomst voor het project Den Achtergael / Lijsterlaan.
Tijdens het college van 30 september 2024 werd vervolgens het ontwerp van de notariële akte goedgekeurd.
Ik moet er overgekeken hebben maar ik vind echter geen verdere beslissing terug over het verlijden of ondertekenen van deze akte.
Mijn vraag is dan ook:
Schepen Wim Mombaerts antwoordt als volgt: