De gemeenteraad neemt kennis van het verslag van de vorige zitting.
De gemeenteraad keurt het verslag van de vorige zitting goed.
Op 30 en 31 mei 2026 wenst de Sint Sebastiaansgilde een tornooi te organiseren waarbij ze de staande wip in Humelgem gebruiken.
Er moet een overeenkomst opgemaakt worden om de afspraken vast te leggen.
Op 30 en 31 mei wenst de Sint Sebastiaansgilde een tornooi te organiseren waarbij ze de staande wip in Humelgem gebruiken. De wip is al enkele jaren niet meer gebruik en moet hiervoor hersteld worden. Daarnaast moet de wip ook gekeurd worden.
Naar aanleiding hiervan willen we een nota opstellen die de afspraken met de Sint-Sebastiaansgilde vastlegt rond het gebruik en het onderhoud van de wip.
Het collegebesluit van 19 maart 2026 houdende:
Het college van burgemeester en schepenen gaat principieel akkoord met het opstellen van een afsprakennota voor de staande wip in Humelgem. Deze nota legt de afspraken met de Sint-Sebastiaansgilde vast rond het gebruik en onderhoud van de wip.
In bijlage de overeenkomst en de bijhorende plaatsbeschrijving.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikel 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het besluit van de gemeenteraad van 28 maart 2019, houdende vaststelling van het begrip “dagelijks bestuur” in overeenstemming met artikel 41 van het Decreet Lokaal Bestuur.
De gemeenteraad gaat akkoord met de overeenkomst en de plaatsbeschrijving voor het gebruik van de staande Wip te Humelgem.
Situering
De gemeente wenst over te gaan tot de afschaffing van gemeenteweg "voetweg 59" te Steenokkerzeel gelegen tussen de Kortenbergsesteenweg en de Gorislaan. Gekadastreerd 1e Afd. - Sectie D - deel van nrs. 151P6, 200K3, 200B3, ZN, 151S5, 151P5, 151T6, 151V6, 151Z3, 151Y5, 151X6, 148T2, 148N2.
Beschrijving opheffing
De gemeenteweg "voetweg 59" te Steenokkerzeel gelegen tussen de Kortenbergsesteenweg en de Gorislaan loopt over de percelen gekadastreerd 1e Afd. - Sectie D - deel van nrs. 151P6, 200K3, 200B3, ZN, 151S5, 151P5, 151T6, 151V6, 151Z3, 151Y5, 151X6, 148T2, 148N2.
Een plan tot afschaffing gemeenteweg "voetweg 59" tussen de Kortenbergsesteenweg en de Gorislaan werd opgemaakt door MESO studiebureau bvba op 11 december 2025.
Motivering
De af te schaffen wegenis is opgenomen als voetweg 59 in de atlas der buurtwegen van Steenokkerzeel.
Artikel 85 van het decreet Gemeentewegen bepaalt dat alle buurtwegen met ingang van 1 september 2019 geacht worden gemeentewegen te zijn.
Artikel 8 van het decreet Gemeentewegen bepaalt dat niemand een gemeenteweg kan aanleggen, wijzigen, verplaatsen of opheffen zonder voorafgaande goedkeuring van de gemeenteraad.
Artikel 3, decreet Gemeentewegen, bepaalt:
"Dit decreet heeft tot doel om de structuur, de samenhang en de toegankelijkheid van de gemeentewegen te vrijwaren en te verbeteren, in het bijzonder om aan de huidige en toekomstige behoeften aan zachte mobiliteit te voldoen.
Om de doelstelling, vermeld in het eerste lid, te realiseren voeren de gemeenten een geïntegreerd beleid, dat onder meer gericht is op:
1° de uitbouw van een veilig wegennet op lokaal niveau;
2° de herwaardering en bescherming van een fijnmazig netwerk van trage wegen, zowel op recreatief als op functioneel vlak."
De afschaffing van voetweg 59 schaadt het wegennet niet. Op deze voetweg werden sinds de jaren 50 reeds daden gesteld die wijzen op desaffectatie door de gemeente, namelijk het afleveren van bouwvergunningen in de jaren '50 en '60, op de percelen 151P6, 200K3, 200B3, 151S5, 151P5, 151T6, 151Y5, 151X6, 148T2, 148N2 waarbij de voetweg overbouwd werd met woningen. De gemeente heeft destijds nagelaten de voetweg eerst officieel af te schaffen.
De voetweg is reeds afgeschaft op de percelen 141H en 142R waardoor de voetweg niet meer ontsluit aan de openbare weg.
Artikel 4 van het decreet Gemeentewegen bepaalt dat bij wijzigingen aan een gemeentelijk wegennet rekening wordt gehouden met volgende principes:
1° wijzigingen van het gemeentelijk wegennet staan steeds ten dienste van het algemeen belang;
2° een wijziging, verplaatsing of afschaffing van een gemeenteweg is een uitzonderingsmaatregel die afdoende wordt gemotiveerd;
3° de verkeersveiligheid en de ontsluiting van aangrenzende percelen worden steeds in acht genomen;
4° wijzigingen aan het wegennet worden zo nodig beoordeeld in een gemeentegrensoverschrijdend perspectief;
5° bij de afweging voor wijzigingen aan het wegennet wordt rekening gehouden met de actuele functie van de gemeenteweg, zonder daarbij de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang te brengen. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen.
De wijziging aan het gemeentelijk wegennet kan als volgt worden gemotiveerd:
Overeenkomstig artikel 4, 1° van het decreet Gemeentewegen dienen wijzigingen van het gemeentelijk wegennet steeds ten dienste staan van het algemeen belang.
De opheffing van voetweg 59 schaadt het algemeen belang niet. Op deze voetweg werden reeds begin jaren 50 daden gesteld die wijzen op desaffectatie door de gemeente, namelijk het afleveren van bouwvergunningen in de jaren '50 en '60 waarbij de voetweg overbouwd werd met woningen. De gemeente heeft destijds nagelaten de voetweg officieel af te schaffen.
Overeenkomstig artikel 4, 2° van het decreet Gemeentewegen is elke wijziging, verplaatsing of afschaffing van een gemeenteweg een uitzondering, die gemotiveerd dient te worden.
Deze motiveringsverplichting werd in het leven geroepen, met het oog op de bescherming van de trage wegen, d.w.z. de wegen niet hoofdzakelijk bestemd voor gemotoriseerd verkeer, in het bijzonder de oude voetwegen opgenomen in de atlas der buurtwegen.
Hierbij wenste de decreetgever de ondoordachte opheffing van zulke trage wegen tegen te gaan, omwille van hun belangrijke maatschappelijke en mobiliteitsfunctie.
Met de afschaffing van voetweg 59 op de bovenvernoemde percelen zet de gemeente een fout recht uit het verleden. In de jaren '50 en '60 heeft de gemeente bouwvergunningen afgeleverd waarbij de voetweg overbouwd werd met woningen, zonder eerst de zaak der wegen (=afschaffen van de voetweg) in orde te brengen. De gemeente heeft destijds nagelaten de voetweg officieel af te schaffen. Dit heeft tot gevolg dat de eigenaren van de bovenvernoemde percelen vandaag geen vergunning kunnen aanvragen voor bijvoorbeeld het bouwen van een tuinhuis, wanneer daarmee de juridische bedding van de voetweg 59 getroffen wordt.
Overeenkomstig artikel 4, 3° dienen bij de beslissingen omtrent de wijzigingen aan het gemeentelijk wegennet steeds de verkeersveiligheid en de ontsluiting van de aangelande percelen in aanmerking te worden genomen.
Het opheffen van de voetweg 59 brengt noch de verkeersveiligheid, noch de ontsluiting van de aangelande percelen in het gedrang.
Overeenkomstig artikel 4, 4° van het decreet Gemeentewegen dient zo nodig de wijziging aan het gemeentelijk wegennet te worden beoordeeld in grensoverschrijdend perspectief.
De betrokken wegenis paalt niet aan een van de aanpalende gemeenten, noch kan door voorliggende wijziging van de rooilijn enige hinder voor de buurgemeenten verwacht worden.
Overeenkomstig artikel 4, 5° van het decreet Gemeentewegen dient rekening gehouden te worden met de actuele functie van de gemeenteweg, zonder hierbij de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang te brengen.
Daarbij dienen tevens de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen te worden.
Het opheffen van de voetweg 59 brengt de behoeften van de toekomstige generaties niet in het gedrang. De voetweg vervult geen actuele functie, en er is daartoe ook geen mogelijkheid in de toekomst, doordat de voetweg al sinds de jaren '50 en '60 bebouwd werd met (vergunde) woningen. De bedding van de voetweg is op geen enkele manier toegankelijk te maken.
Voorlopige vaststelling en openbaar onderzoek
Na de voorlopige vaststelling van het rooilijnplan door de gemeenteraad werd het college gelast met de organisatie van een openbaar onderzoek van 30 dagen, conform artikel 17 van het gemeentewegendecreet. Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van maandag 30 maart 2026 tot en met woensdag 29 april 2026.
Er werd geen bezwaar ingediend.
Er werd geen advies ontvangen van de deputatie en het departement Mobiliteit en Openbare Werken, zodat aan de adviesvereiste mag worden voorbijgegaan (art.17 §4).
Sluiting openbaar onderzoek
In bijlage is opgenomen:
Definitieve vaststelling
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikel 56, betreffende de bevoegdheden van het college van burgemeester en schepenen.
Het besluit van de gemeenteraad van 28 maart 2019, houdende vaststelling van het begrip “dagelijks bestuur” in overeenstemming met artikel 41 van het Decreet Lokaal Bestuur.
Het decreet houdende de Gemeentewegen van 3 mei 2019.
1. De gemeenteraad neemt kennis van het plan tot afschaffing gemeenteweg "voetweg 59" tussen de Kortenbergsesteenweg en de Gorislaan werd opgemaakt door MESO studiebureau bvba op 11 december 2025 en van het PV van sluiting van het openbaar onderzoek van 4 mei 2026.
2. De gemeenteraad beslist het rooilijnplan houdende "afschaffing gemeenteweg "voetweg 59" tussen de Kortenbergsesteenweg en Gorislaan te Steenokkerzeel" definitief vast te stellen.
3. Het volledige rooilijndossier wordt integraal gehecht aan dit besluit.
4. Na definitieve vaststelling van het rooilijnplan door de gemeenteraad wordt het college van burgemeester en schepenen belast met de uitvoering en bekendmaking van dit besluit.
5. Na definitieve vaststelling van het rooilijnplan door de gemeenteraad wordt het gemeenteraadsbesluit bekend gemaakt aan het publiek op de volgende manieren:
Gezien de meerwaarde van een intergemeentelijke samenwerking rond bouwkundig erfgoed, landschappelijk erfgoed en archeologie en de complementariteit met de werking van Regionaal Landschap Brabantse Kouters vzw (RLBK) heeft RLBK in 2019 het initiatief genomen om samen met 12 gemeenten in de Brabantse Kouters de oprichting van Intergemeentelijke Onroerend Erfgoeddiensten voor te bereiden.
Het voorstel tot oprichten van een projectvereniging ter bevordering van de intergemeentelijke samenwerking rond onroerend erfgoed in de Brabantse Kouters en toetreden van de gemeente in de respectievelijke projectvereniging werd goedgekeurd door de gemeenteraad in de zitting van 21/11/2019. Tijdens dezelfde zitting werd ook de opmaak van een aanvraagdossier voor erkenning als Intergemeentelijke Onroerend Erfgoeddienst (IOED) bij de Vlaamse Overheid goedgekeurd.
De beide projectverenigingen Brabantse Kouters Oost (gemeente Kraainem, Machelen, Steenokkerzeel, Wezembeek-Oppem, Zaventem en Zemst en de stad Vilvoorde) en Brabantse Kouters West (gemeenten Asse, Grimbergen, Meise, Merchtem en Wemmel) sloten een samenwerkingsovereenkomst af met Regionaal Landschap Brabantse Kouters vzw (RLBK) voor de uitvoering van de erfgoedwerking door RLBK. Een erkenning als IOED (en bijhorende Vlaamse financiering) werd tijdens de eerste aanvraagronde in 2020 nog niet verleend door de Vlaamse Overheid, maar op de vergadering van 16/11/2020 beslisten de raden van bestuur van beide projectverenigingen om:
In 2022 werd een traject doorlopen om de projectverenging Brabantse Kouters West te ontbinden en de betrokken gemeenten (Asse, Grimbergen, Meise, Merchtem en Wemmel) te laten toetreden tot de projectvereniging Brabantse Kouters Oost en deze om te dopen tot Erfgoed Brabantse Kouters. Bovendien werd ook beslist om vanuit de projectvereniging Erfgoed Brabantse Kouters een nieuwe erkenningsaanvraag als IOED bij de Vlaamse Overheid in te dienen. Dit werd formeel goedgekeurd op de gemeenteraad van 20/10/2022.
In de loop van 2023 ontving de projectvereniging Erfgoed Brabantse Kouters een Vlaamse erkenning als Intergemeentelijke Onroerend Erfgoeddienst (IOED), met bijhorende Vlaamse cofinanciering voor de jaren 2024-2025-2026.
Conform het Decreet op het Lokaal Bestuur moet de jaarrekening van de projectvereniging jaarlijks door de Raad van Bestuur besproken en voorlopig goedgekeurd worden. Dit gebeurde op de vergadering van 10/03/2026. Conform ditzelfde decreet dient elke projectvereniging jaarlijks deze jaarrekening vervolgen formeel te laten goedkeuren door de gemeenteraden van de aangesloten gemeenten.
De statuten van projectvereniging Erfgoed Brabantse Kouters bepalen daarnaast bijkomend dat de planning (zoals voorgelegd en goedgekeurd op de vergadering van de Raad van Bestuur van 04/11/2025) en de begroting en het jaarverslag (zoals beide voorgelegd en goedgekeurd op de vergadering van de Raad van Bestuur van 10/03/2026) ook goedgekeurd dienen te worden door de gemeenteraad.
Beschikbare stukken:
Argumentatie
Dit besluit draagt bij aan de realisatie van het gemeentelijk erfgoedbeleid.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikel 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het besluit van de gemeenteraad van 28 maart 2019, houdende vaststelling van het begrip “dagelijks bestuur” in overeenstemming met artikel 41 van het Decreet Lokaal Bestuur.
De statuten van Erfgoed Brabantse Kouters zoals goedgekeurd op de gemeenteraad van 20/10/2022
De gemeenteraad beslist om:
Op 5 maart 2026 werd tijdens de landbouwraad het voorstel van aanpassing van de statuten besproken.
Tijdens de eerste landbouwraad onder de huidige legislatuur, werd gevraagd de statuten van de Landbouwraad te herzien. De huidige statuten dateren van 28 januari 2010 en zijn aan een opfrissing toe.
Volgende elementen werden tijdens de landbouwraad van 5 maart 2026 besproken en aangepast:
Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 40 en 41.
De gemeenteraad keurt de vernieuwde statuten van de Landbouwraad goed.
Het meerjarenplan voorziet het opstellen van de gemeentelijke visie rond Dierenwelzijn.
Onze gemeente heeft reeds het label diervriendelijke gemeente 3.0. In het Meerjarenplan (ACT-4) had het college vooropgesteld om tegen 2026-2027 een visie rond dierenwelzijn binnen de gemeente op te stellen. Deze visie vindt u in bijlage.
Ze is opgebouwd op basis van het kader aangereikt door de provincie, en werd geconcretiseerd met de overige acties rond dierenwelzijn uit het Meerjarenplan. Op deze manier ontstaat één coherent kader waarbinnen alle initiatieven samenkomen.
Hierin is opgenomen:
ACT- 4 Visie Dierenwelzijn
De gemeenteraad keurt de visie inzake Dierenwelzijn goed.
De bibliotheek beschikt over een grote collectie e-boeken en biedt hiervoor ook ter introductie e-readers aan ter uitleen. Dit collectieonderdeel wint steeds meer aan populariteit, maar de bibmedewerkers merken dat er hierdoor wel wat meer nood is aan een duidelijk, goed geformuleerd en afgelijnd reglement. Daarom willen we dit artikel uit het algemeen gebruikersreglement weghalen en er een afzonderlijk reglement van maken. Bijkomend voordeel is dat bij wijziging van dit reglement niet het totale algemene gebruikersreglement opnieuw onder de loep genomen moet worden.
In het huidige gebruikersreglement beschrijft artikel 23 beknopt de bepalingen ivm de uitleen van e-boeken en e-readers. Dit vinden wij in het bibteam niet langer voldoende voor onze dienstverlening, omdat steeds meer leners van dit collectieonderdeel gebruik maken en af en toe deze bepalingen proberen te omzeilen. Met het oog op een toename van uitleningen van e-readers in de zomerperiode maakten wij een nieuw, afzonderlijk reglement waarin we onze specifieke bepalingen nu uitgebreider geformuleerd hebben en beter afstemden op de doeleinden waarom wij deze dienstverlening aanbieden in onze bibliotheek.
In het algemeen gebruikersreglement verwijzen we enkel nog beknopt naar deze afzonderlijke, meer uitgebreide versie (artikel 23). Zoals ook vermeld in dit apart reglement, wordt dit steeds ter ondertekening voorgelegd aan de lener bij uitleen van een e-reader.
Zowel het aangepaste gebruikersreglement en het nieuwe E-boeken & E-readers-reglement zijn terug te vinden in bijlage.
1. De gemeenteraad keurt het nieuwe reglement, specifiek voor e-readers en e-boeken, goed. Dit reglement treedt in werking op 1 juni 2026, na publicatie conform het Decreet Lokaal Bestuur.
2. De gemeenteraad keurt de aanpassingen in het algemeen gebruikersreglement van de bibliotheek goed. Het vernieuwde reglement treedt in werking op 1 juni 2026, na publicatie conform het Decreet Lokaal Bestuur.
3. Alle voorgaande gebruikersreglementen worden hierdoor opgeheven.
Op 20 januari 2023 keurde de Vlaamse Regering een nieuw kaderbesluit tot vaststelling van de minimale voorwaarden van de rechtspositieregeling van het personeel van lokale en provinciale besturen goed. Elk lokaal bestuur dient op termijn zijn rechtspositieregeling aan te passen aan de nieuwe regeling. Zolang er geen aanpassingen gebeuren blijven de oude rechtspositieregelingen van kracht met uitzondering van bepalingen afgedwongen door hoger liggende wetgeving.
Het nieuwe kaderbesluit geeft de lokale besturen meer ruimte om zelf invullingen te doen en lokaal personeelsbeleid te voeren aangepast aan de noden.
De rechtspositieregeling is een cruciaal document voor de goede werking van de gemeente: het omschrijft de rechten en plichten van het personeel en biedt houvast bij het voeren van een performant personeelsbeleid.
Het is belangrijk dat het document actueel en duidelijk is, daarom dient de huidige rechtspositieregeling van gemeente en OCMW Steenokkerzeel van 23 maart 2023 aangepast te worden.
De aangepaste bepalingen brengen de rechtspositieregeling in overeenstemming met de geldende regelgeving en geeft uitvoering aan de principes van het HR-beleid van het lokaal bestuur Steenokkerzeel.
De rechtspositieregeling treedt in werking op 01 juni 2026.
Dit ontwerp van wijziging is besproken op het managementteam van 13 januari 2026 en het COMAT van 22 januari 2026.
Op 23 april 2026 was er een syndicaal overleg.
Advies van syndicaal overleg van 23 april 2026.
Op 20 januari 2023 keurde de Vlaamse Regering een nieuw kaderbesluit tot vaststelling van de minimale voorwaarden van de rechtspositieregeling van het personeel van lokale en provinciale besturen goed. Elk lokaal bestuur dient op termijn zijn rechtspositieregeling aan te passen aan de nieuwe regeling.
De gemeente Steenokkerzeel doet regelmatig een beroep op jobstudenten, monitoren en flexijobbers om tijdelijke personeelsbehoeften op te vangen.
Dit is onder meer het geval bij speelpleinwerking, sportkampen, socio-culturele activiteiten, groendienst in vakantieperiodes.
Deze categorieën van medewerkers vallen echter niet onder de algemene rechtspositieregeling voor het personeel van het lokaal bestuur.
Artikel 2, §2 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 20 januari 2023 tot vaststelling van de minimale voorwaarden van de rechtspositieregeling van het personeel van lokale en provinciale besturen (BVR RPR 2023) bepaalt immers dat de raad in de rechtspositieregeling moet vastleggen welke bepalingen van toepassing zijn op onder meer:
• personen tewerkgesteld met een studentenovereenkomst;
• personen die activiteiten verrichten in de zin van artikel 17 van het KB van 28 november 1969 (monitoren);
• personen tewerkgesteld met een flexijob-arbeidsovereenkomst.
Voor deze categorieën moet dus een specifiek regelgevend kader worden vastgesteld.
Reden waarom deze voorliggende rechtspositieregeling dus werd uitgewerkt.
De rechtspositieregeling treedt in werking op 01 juni 2026.
Op 23 april 2026 was er een syndicaal overleg.
Advies van syndicaal overleg van 23 april 2026.
De gemeenteraad keurt de rechtspositieregeling voor jobstudenten, monitoren en flexijobbers goed.
Met ingang van 1 januari 2022 - is de gemeente toegetreden OFP PROLOCUS.
OFP Prolocus heeft in de eerste helft van 2025 een aantal sleuteldocumenten herzien in het kader van haar revisietraject "passiva-zijde", met name :
Het gaat voornamelijk om technisch-juridische aanpassingen, met als doel om de teksten beter te laten aansluiten bij de praktijk.
Daarnaast werden er ook een aantal inhoudelijke wijzigingen aangebracht, zoals bijvoorbeeld in de beheersovereenkomst :
en in het financieringsplan :
In het kader van het revisietraject werden ook een aantal technisch-juridische wijzigingen aan het Kaderreglement Tweede Pensioenpijler Contractanten (hierna “het Kaderreglement”) en aan het Bijzonder Reglement voorgesteld, hoofdzakelijk met als doel om het beheer van het DC-Plan te vereenvoudigen.
Het Kaderreglement bepaalde zelf dat het begin 2025 door de sociale partners moest geëvalueerd worden, met mogelijks een bijsturing tot gevolg.
De voorgestelde wijzigingen aan het Kaderreglement werden besproken in het Comité C1.
Bovenvermelde documenten werden goedgekeurd op de Raad van Bestuur van het OFP Prolocus van 23 mei 2025, en bekrachtigd op de Algemene Vergadering van 17 juni 2025.
Het Kaderreglement werd goedgekeurd in het Protocol van Akkoord van 12 november 2025 van het Comité C1.
In navolging van het bovenvermelde wordt aan het gemeentebestuur gevraagd :
Mail ontvangen van brandweerzone Vlaams-Brabant West op 30/03/2026 waarin zij vragen om het jaaractieplan 2026 en het meerjarenbeleidsplan 2026-2031 voor te leggen aan de gemeenteraad.
In bijlage eveneens een rapport met een overzicht van alle activiteiten van het afgelopen jaar, waaronder ook de interventiestatistieken en de organisatorische gegevens van brandweerzone_VBW.
Artikel 23, paragraaf 3 uit de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid
De gemeenteraad neemt kennis van het jaaractieplan 2025 en meerjarenbeleidsplan 2026-2031 van brandweerzone Vlaams-Brabant West.
Mail van Chris Boeykens aan Jelle Mombaerts, voorzitter AGB en Heidi Abeloos, secretaris AGB waarin hij zijn ontslag mede deelt uit de RVB AGB Steenokkerzeel.
Vanuit de CD&V-fractie wordt de Heer Stefan Vanhoof voor gedragen als opvolger van Chris Boeykens.
De geheime stemming geeft volgende uitslag:
ja stemmen: 22
neen stemmen: 1
Op 26 juni 2003 werd het Autonoom Gemeentebedrijf Steenokkerzeel opgericht en de statuten, het beleidsplan en het financieel plan werden goedgekeurd.
Op 18 september 2014 keurde de gemeenteraad de statutenwijziging van het Autonoom Gemeentebedrijf Steenokkerzeel goed; de statuten werden voor het laatst aangepast op 25 februari 2021.
Artikel 11 van voormelde statuten betreffende de samenstelling van de raad van bestuur, luidt als volgt :
§1. De gemeenteraad benoemt de leden van de raad van bestuur. Het aantal leden van de raad van
bestuur bedraagt maximum 12. Ten hoogste twee derde van de leden is van hetzelfde geslacht.
Desgewenst kan er -na statutenwijziging- ook voor geopteerd worden om alle leden van de
gemeenteraad te benoemen als lid van de raad van bestuur. Dit conform artikel 235, §3 van het Decreet
Lokaal Bestuur.
§2. De mandaten van bestuurder worden over de verschillende fracties verdeeld overeenkomstig de
bepalingen van artikel 235 van het Decreet over het lokaal bestuur. Het is geen voorwaarde voor een
kandidaat om deel uit te maken van de gemeenteraad.
§3. Volgende personen komen niet in aanmerking als bestuurslid van het bedrijf:
1° de provinciegouverneurs, de gouverneur en de vice-gouverneur van het administratief
arrondissement Brussel-Hoofdstad, de adjunct van de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant, de
provinciegriffiers, de arrondissementscommissarissen en de adjunct-arrondissementscommissarissen
voor zover het gemeentelijke extern verzelfstandigd agentschap gevestigd is in hun ambtsgebied;2° de magistraten, de plaatsvervangende magistraten en de griffiers bij de hoven en de rechtbanken,
de administratieve rechtscolleges en het Grondwettelijk Hof;
3° de leden van het operationeel, administratief of logistiek kader van de politiezone waar de gemeente
toe behoort;
4° de personen die op commerciële wijze of met een winstoogmerk activiteiten uitoefenen in dezelfde
beleidsdomeinen als het agentschap en waarin het agentschap niet deelneemt, alsook de werknemers
en de leden van een bestuurs- of controleorgaan van die personen;
5° de personen die in een andere lidstaat van de Europese Unie een ambt of een functie uitoefenen,
gelijkwaardig aan een ambt of een functie, vermeld in dit artikel, en de personen die in een lokale
basisoverheid van een andere lidstaat van de Europese Unie een ambt of een mandaat uitoefenen dat
gelijkwaardig is aan dat van gemeenteraadslid, schepen of burgemeester.
E-mail van Fineg van 27 april 2026 waarbij zij meedelen dat hun Algemene Vergadering tevens Jaarvergadering plaatsvond op dinsdag 12 mei 2026 om 18 uur in Afspanning De Jachthoorn, Doornstraat 11 2550 Kontich met volgende agenda:
Het college vindt het aangewezen om de gemeenteraad op de hoogte te stellen van een onenigheid binnen de raad van bestuur m.b.t. bepaalde besluitvorming.
Na toelichting door onze afgevaardigde aan het college van burgemeester en schepenen op 4 mei jl., besliste het college om een schrijven te richten aan de andere vennoten en het bestuur van Fineg, met volgende inhoud:
We nemen akte van twee besluiten van de RvB van FINEG nv dd. 24 april 2026:
- Dat FINEG nv zich onvoorwaardelijk garant stelt voor de inbreng van 8 miljoen euro, die Igean Energy nodig heeft om een banklening van ING te verkrijgen (en waardoor wij ons als vennoot dus onrechtstreeks garant stellen voor de schuld van deze derde partij).
- Dat FINEG nv het dividend zal verhogen, wat het rendement op het eigen vermogen van FINEG nv echter zal doen afnemen.
Deze agendapunten werden goedgekeurd met een uitslag van 10 ja-stemmen, 7 stemmen tegen en 3 onthoudingen.
Men kan zich afvragen of de Raad van bestuur wel bevoegd is voor een besluit met een dergelijke potentiële impact, gezien de omschrijving van diens bevoegdheid in de statuten.
Verder vragen we ons af of de besluitvorming op bestuursniveau al dan niet juridisch correct is verlopen en zullen dit nog laten onderzoeken.
Naast deze juridische bedenkingen, hadden de ‘ja-‘-stemmers geen fundamenteel bezwaar tegen het ontbreken van een grondige financieel-economische onderbouwing van deze besluiten.
Naar onze mening dragen deze beslissingen niet bij tot het belang van FINEG nv en zijn vennoten, en niet in het minst van de lokale besturen die niet zijn aangesloten bij Igean nv.
Het zal u dan ook niet verbazen dat onze vertegenwoordiger in de Raad van Bestuur tegen deze besluiten heeft gestemd en als dusdanig volledig afstand zal nemen van enige bestuurdersverantwoordelijkheid in deze.
Wij vonden het belangrijk om de aandacht van de andere aandeelhouders van FINEG nv te vestigen op deze situatie, om in het bestuur en de algemene vergadering op een goed geïnformeerde wijze tot een definitieve beslissing over te gaan, in het belang van deze vennootschap.
Steenokkerzeel vraagt aan FINEG nv om deze besluiten van 24 april jl. in te trekken, gelet op de hiervoor vermelde juridische en financiële argumenten.
Wij zullen desgevallend onze raadslieden inschakelen om onze rechten in deze te vrijwaren.
In bijlage vindt u een schrijven dd. 23 april 2026 van onze vertegenwoordiger in de raad van bestuur van FINEG nv, gericht aan de raad van bestuur.
FINEG is als naamloze vennootschap niet onderworpen aan het decreet inzake intergemeentelijke samenwerking. Concreet betekent dit dat de aanstellingsprocedure met de vaststelling van het mandaat hier niet van toepassing is.
De gemeenteraad neemt kennis van de agenda van de algemene vergadering van FINEG van 12 mei 2026 en de onenigheid binnen de raad van bestuur m.b.t. bepaalde besluitvorming over garantstelling voor Igean Energy en de verhoging van het dividend.
E-mail ontvangen van De Lijn waarin zij ons meedelen dat de algemene vergadering doorgaat op dinsdag 26 mei 2026 om 14.00 uur, in Het Lijnhuis, Motstraat 20, 2800 Mechelen met volgende agenda:
E-mail ontvangen van Het Vlaamse Woonanker met een uitnodiging voor de algemene vergadering van woensdag 27 mei 2026 om 11 u in Salons De Romree in Grimbergen met volgende agenda:
E-mail ontvangen van poolstok waarin zij laten weten dat de algemene vergadering doorgaat op 29 mei 2026 in De Hoorn in Leuven met volgende agenda:
De afgevaardigden voor de algemene vergadering werden in de gemeenteraad van 23 januari 2025 aangeduid voor de volledige legislatuur.
In het gemeenteraadsbesluit van 17 september 2020 trad de gemeente Steenokkerzeel toe tot Poolstok voor ondersteuning inzake het P&O-beleid.
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 in het bijzonder op artikel 40 en 41 inzake de bevoegdheid van de gemeenteraad.
E-mail van Fluvius OV van 02 april 2026 waarin wordt meegedeeld dat de algemene vergadering tevens jaarvergadering van Fluvius OV plaats heeft op woensdag 03 juni 2026 om 18u30 en dit op digitale wijze met volgende agenda:
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 in het bijzonder op artikel 40 en 41 inzake de bevoegdheid van de gemeenteraad.
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 in het bijzonder op artikel 432, alinea 3, waarbij bepaald wordt dat de vaststelling van het mandaat van de vertegenwoordiger dient te worden herhaald voor elke algemene vergadering.
De afgevaardigden voor de (buitengewone) algemene vergadering werden door de gemeenteraad op 23 januari 2025 aangeduid, voor de volledige legislatuur.
Schrijven ontvangen van Vereniging voor openbaar groen waarin zij meedelen dat de jaarlijkse algemene ledenvergadering doorgaat op donderdag 04 juni 2026 om 18 in secretariaat van de VVOG, Eikelstraat 29 te 2600 Antwerpen met volgende agenda:
Schrijven ontvangen van OVSG waarin zij meedelen dat de algemene ledenvergadering doorgaat op woensdag 10 juni 2026 van 10u30 tot 12u30 via Teams met volgende agenda:
Uitnodiging ontvangen van De Watergroep waarin zij meedelen dat de algemene vergadering doorgaat op vrijdag 12 juni 2026 om 10u30 in De Montil (Moortelstraat 8, 1790 Affligem) met volgende agenda:
De gemeente Steenokkerzeel is aangesloten bij De Watergroep voor de waterbedeling.
De afgevaardigden voor de algemene vergadering werden in de gemeenteraad van 23 januari 2025 aangeduid voor de volledige legislatuur.
E-mail ontvangen van Fluvius Halle-Vilvoorde van 02 april 2026 waarin wordt meegedeeld dat de algemene vergadering van Fluvius Halle-Vilvoorde zal plaatshebben op 16 juni 2026 om 18u00 in De Montil, Moortelstraat 8, 1790 Affligem met volgende agenda:
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 in het bijzonder op artikel 40 en 41 inzake de bevoegdheid van de gemeenteraad.
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 in het bijzonder op artikel 432, alinea 3, waarbij bepaald wordt dat de vaststelling van het mandaat van de vertegenwoordiger dient te worden herhaald voor elke algemene vergadering.
De afgevaardigden voor de algemene vergadering van Fluvius Halle-Vilvoorde werden op de gemeenteraad van 23 januari 2025 aangeduid voor de volledige legislatuur.
Schrijven ontvangen van Creat op 03 april 2026 waarin zij meedelen dat de algemene vergadering fysiek zal doorgaan op 16 juni 2026 om 14u30 in Flanders Expo, Maaltekouter 1 in 9051 Gent, (digitale inbelmogelijkheid via zoom) met volgende agenda:
De afgevaardigden voor de algemene vergadering werden in de gemeenteraad van 23 januari 2025 aangeduid voor de volledige legislatuur.
Email van Haviland van 31 maart 2026 waarin wordt meegedeeld dat de gewone algemene vergadering van Haviland plaats heeft op woensdag 17 juni 2026 om 18u00 in de kantoren van Haviland, Poverstraat 75 bus 47, 1731 Asse-Zellik met volgende agenda:
Het decreet lokaal bestuur, in het bijzonder de artikelen 432, 40 en 41.
Het gemeenteraadsbesluit van 20 februari 2025 betreffende de aanstelling van de afgevaardigden voor de (buitengewone) algemene vergaderingen van Haviland voor de volledige legislatuur.
E-mail van Woontrots van 13 mei 2026 waarin zij meedelen dat de Buitengewone Algemene Vergadering plaats heeft op 18 juni 2026 in restaurant Eenhoorn, Keierberg 80 te 1730 Asse met volgende agenda:
De agendapunten van de buitengewone algemene vergadering van Woontrots van 18 juni 2026 worden goedgekeurd, en de aangestelde volmachtdragers, Kurt Ryon, effectief afgevaardigde, of Johan Heymans, plaatsvervangend afgevaardigde, te mandateren om op de algemene vergadering van Woontrots van 18 juni 2026 te handelen en te beslissen overeenkomstig de onderhavige beslissing van de gemeenteraad. Woontrots wordt van deze beslissing op de hoogte gebracht.
E-mail van Riobra van 30 maart 2026 waarin wordt meegedeeld dat de algemene vergadering zal plaatshebben op dinsdag 23 juni 2026 om 18u in Craywinkelhof, Staatsbaan 263 te 3210 Lubbeek met volgende agenda:
De gemeente Steenokkerzeel is aangesloten bij de opdrachthoudende vereniging Riobra.
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 in het bijzonder op artikel 40 en 41 inzake de bevoegdheid van de gemeenteraad.
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 in het bijzonder op artikel 432, alinea 3, waarbij bepaald wordt dat de vaststelling van het mandaat van de vertegenwoordiger dient te worden herhaald voor elke algemene vergadering.
De afgevaardigden voor de algemene vergadering werden in de gemeenteraad van 23 januari 2025 aangeduid voor de volledige legislatuur.
De ontwerpopdracht voor de opdracht “Organisatie van voor- en naschoolse opvang in kader van het BOA-decreet” werd gegund aan GD&A, Antwerpsesteenweg 18 te 2800 Mechelen.
In het kader van deze opdracht werd een bestek met nr. BOA/2026 opgesteld door de ontwerper, GD&A, Antwerpsesteenweg 18 te 2800 Mechelen.
Deze opdracht is als volgt opgedeeld:
* Basisopdracht (Organisatie van voor- en naschoolse opvang in kader van het BOA-decreet), raming: € 2 641 509,43 excl. btw of € 2 800 000,00 incl. btw;
* Verlenging 1 (Organisatie van voor- en naschoolse opvang in kader van het BOA-decreet), raming: € 1 320 754,72 excl. btw of € 1 400 000,00 incl. 6% btw.
De totale uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 3 962 264,15 excl. btw of € 4 200 000,00 incl. btw.
Deze raming overschrijdt de limieten van de Europese bekendmaking.
Het college van burgemeester en schepenen verleende in zitting van 10 november 2025 goedkeuring aan de lastvoorwaarden, de raming en de plaatsingsprocedure van deze opdracht, met name de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking.
Het college van burgemeester en schepenen besliste in zitting van 5 januari 2026 de plaatsingsprocedure te starten.
De aankondiging van opdracht werd gepubliceerd op 12 november 2025 in het Publicatieblad van de Europese Unie.
De aankondiging van opdracht in dossier 1379354 werd gepubliceerd op 12 november 2025 op nationaal niveau.
De offertes dienden het bestuur ten laatste op 28 januari 2026 om 09.00 uur te bereiken.
De verbintenistermijn van 120 kalenderdagen eindigt op 28 mei 2026.
Er werd 1 offerte ontvangen van Helan Kinderopvang vzw, Boomsesteenweg 5 te 2610 Wilrijk.
Er werd een best and final offer gevraagd in het kader van de onderhandelingen en de offertes hiervoor dienden het bestuur ten laatste op 5 mei 2026 om 10.00 uur te bereiken.
De ontwerper, GD&A, Antwerpsesteenweg 18 te 2800 Mechelen, stelde op 7 mei 2026 het verslag van nazicht van de offertes op.
De ontwerper stelt voor om, rekening houdende met het voorgaande, de basisopdracht te gunnen aan de economisch meest voordelige bieder (op basis van de beste prijs-kwaliteitsverhouding), zijnde Helan Kinderopvang vzw, Boomsesteenweg 5 te 2610 Wilrijk tegen het nagerekende en verbeterde offertebedrag van € 5 054 709,00 incl. btw (0% btw). Voor de basisopdracht – 4 jaar - bedraagt dit € 3 369 806,00 incl. btw (0% btw).
Er is een opstartkost voorzien van € 16 500. Het eerste opdrachtjaar bedraagt de kostprijs € 856 476,50 en vanaf het tweede opdrachtjaar € 839 646,50.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 56, betreffende de bevoegdheden van het college van burgemeester en schepenen.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.
De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.
De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 89, § 1, 1° (Sociale en andere specifieke diensten) en artikel 57.
Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.
Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen.
Het besluit van de gemeenteraad van 28 maart 2019, houdende vaststelling van het begrip “dagelijks bestuur” in overeenstemming met artikel 41 van het Decreet Lokaal Bestuur.
De financieel directeur verleende op 6 mei 2026 een visum onder voorbehoud met nr. 2026/019.
Dit visum was gebaseerd op de volgende gegevens:
- 0% btw op facturen; dit is intussen bevestigd door Helan op basis van artikel 44 btw wetboek
- de ouderbijdrage wordt meteen ingehouden op de te betalen factuur
- de ouderbijdrage bedraagt 1,50 EUR per halfuur
- alle cijfers, behalve de structurele subsidies, zijn gebaseerd op veronderstellingen van kind-aantallen. Variaties hierop zullen de nu berekende cijfers beïnvloeden. Dit kan zowel in de positieve als negatieve zin.
Op 7 mei 's avonds werd de financieel directeur op de hoogte gebracht dat de ouderbijdrage zou worden teruggebracht naar 1,30 EUR per halfuur of 0,65 EUR per kwartier. Dit wijzigt in se echter niets aan het resultaat van mijn visum, het blijft een visum onder voorbehoud omwille van de volgende redenen:
- de wetgeving overheidsopdrachten is gevolgd
- er is uitgavekrediet voorzien, maar onvoldoende voor deze opdracht.
De nieuwe netto-kost voor een volledig jaar wordt nu als volgt: ca. 840.000 (Helan) - 223.000 (ouderbijdrage van 0,65 EUR/kwartier) = ca. 617.000 EUR.
Vergeleken met het voorziene jaarlijkse budget van 487.000 EUR betekent dit nu een jaarlijks tekort van 130.000 EUR.
De uitgave voor deze opdracht is voorzien op budgetcode 0945-00/64920000 (ACT-83) "De gemeente breidt de buitenschoolse opvang uit met focus op kwaliteit, samenwerking en tevredenheid" van de exploitatie 2026 en volgende.
De gemeenteraad neemt kennis van van onderstaande beslissing genomen door het college van burgmeester en schepenen tijdens de zitting van 11 mei 2026:
1. Goedkeuring wordt verleend aan het verslag van nazicht van de offertes van 7 mei 2026, opgesteld door de ontwerper, GD&A, Antwerpsesteenweg 18 te 2800 Mechelen.
2. Het verslag van nazicht van de offertes in bijlage maakt integraal deel uit van deze beslissing.
3. De basisopdracht wordt gegund aan de economisch meest voordelige bieder (op basis van de beste prijs-kwaliteitsverhouding), zijnde Helan Kinderopvang vzw, Boomsesteenweg 5 te 2610 Wilrijk tegen het nagerekende en verbeterde offertebedrag van € 5 054 709,00 incl. btw (0% btw). Voor de basisopdracht – 4 jaar - bedraagt dit € 3 369 806,00 incl. btw (0% btw).
4. De uitvoering moet gebeuren overeenkomstig de lastvoorwaarden vastgelegd in het bestek met nr. BOA/2026.
5. De betaling zal gebeuren met het krediet ingeschreven op budgetcode budgetcode 0945-00/64920000 (ACT-83) "De gemeente breidt de buitenschoolse opvang uit met focus op kwaliteit, samenwerking en tevredenheid" van de exploitatie 2026 en volgende.
6. In de eerstvolgende aanpassing van het meerjarenplan 2026-2031 zal het voorziene jaarlijkse krediet op budgetcode 0945-00/64920000 (ACT-83) voor de periode 2027-2031 moeten verhoogd worden van 487.000 EUR naar 617.000 EUR.
7. In afwijking van de standaardborgstelling van 5% wordt de borg vastgesteld op een vast bedrag van 25.000 euro.
Het bestaande retributiereglement betreffende de voor- en naschoolse opvang in de erkende scholen op het grondgebied van de gemeente Steenokkerzeel werd voor het eerst vastgesteld bij gemeenteraadsbeslissing van 26 juni 2008, waarbij een bijdrage werd gevraagd aan de ouders die gebruik wensten te maken van de voor- en/of naschoolse opvang. In 2016 werden de tarieven voor de opvang op woensdagnamiddag aangepast bij gemeenteraadsbesluit van 23 juni 2016. Op 20 oktober 2022 werd het retributiereglement voor de voor- en naschoolse opvang in de gemeentescholen opnieuw aangepast.
De gehanteerde tarieven en periodes in de verschillende vestigingen van GBS Piramide en Tilia, Vrije scholen Ter Ham, Sint-Cajetanus en Kleuterschool De Zandkorrel dienen te worden geactualiseerd en geharmoniseerd. De aangepaste tarieven werden met de inrichtende machten van de verschillende scholen op het grondgebied van Steenokkerzeel voor het eerst besproken op 25 september 2025. De gemeenteraad heeft in zitting van 23 oktober 2025 in kader van goedkeuring van het erkenningskader BOA zich akkoord verklaard om een ouderbijdrage te vragen van 1,10 euro per begonnen half uur. Op 5 mei 2026 werd er een nieuwe vergadering georganiseerd met de inrichtende machten van de verschillende scholen op het grondgebied van Steenokkerzeel inzake de uitvoering van luik 1 van het erkenningskader 'Voor- en naschoolse opvang' in kader van BOA en meer specifiek over het ontwerp van retributiereglement tijdens dewelke ook besproken werd om het tarief van 1,10 euro per half uur (0,55 euro per begonnen kwartier) te verhogen naar 1,30 euro per half uur (0,65 euro per begonnen kwartier) omwille van financiële motieven. Op 7 mei 2026 werd het retributiereglement voor advies ook voorgelegd aan het samenwerkingsverband Breed Overleg van het Kind (thematafel BOA).
De gemeente Steenokkerzeel levert, in samenwerking met de inrichtende machten van de erkende scholen op haar grondgebied, een bijzondere dienst van voor- en naschoolse opvang in persoonlijk belang van de betrokken leerlingen en hun ouders.
Deze dienstverlening veroorzaakt kosten, waaronder personeelskosten, werkingskosten en organisatiekosten. Het is redelijk en passend dat de gebruikers van deze dienst deze kosten via een retributie vergoeden.
Met dit reglement worden de bestaande, historisch gegroeide tarieven geactualiseerd en uniform vastgelegd voor alle betrokken vestigingen, rekening houdend met de reële kostprijs en met het oog op een transparant, coherent en rechtszeker tariefstelsel.
Het lokaal bestuur van Steenokkerzeel wenst het sociaal tarief voor de buitenschoolse opvang toe te kennen aan gezinnen die recht hebben op de verhoogde tegemoetkoming én waarvan minstens één ouder gedomicilieerd is in de gemeente. Deze differentiatie wordt als volgt juridisch gemotiveerd:
Het lokaal bestuur beschikt, binnen het kader van het BOA-decreet en de uitvoeringsbesluiten, over de regierol inzake buitenschoolse opvang en bepaalt autonoom het tariefbeleid, met inbegrip van de modaliteiten voor het toekennen van sociale tarieven. Deze beleidsvrijheid wordt evenwel begrensd door het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel (artikelen 10 en 11 Grondwet) en de principes van gelijke behandeling en proportionaliteit.
De keuze om het sociaal tarief te beperken tot gezinnen met domicilie in Steenokkerzeel en recht op verhoogde tegemoetkoming steunt op volgende objectieve en redelijke gronden:
a) Financiële onderbouwing en lokale solidariteit
De gemeente Steenokkerzeel investeert, bovenop de ontvangen Vlaamse subsidie, aanzienlijke eigen middelen in de organisatie en kwaliteit van de buitenschoolse opvang. Inwoners van Steenokkerzeel dragen via de gemeentelijke fiscaliteit rechtstreeks bij aan de financiering van deze dienstverlening. Het is maatschappelijk en juridisch aanvaardbaar dat deze lokale solidariteit zich vertaalt in een bijkomend voordeel voor de eigen inwoners, die reeds via hun belastingen bijdragen aan het aanbod.
b) Evenwichtige besteding van publieke middelen
De Vlaamse subsidie voor buitenschoolse opvang wordt deels berekend op basis van het aantal kinderen met domicilie in de gemeente. De gemeente dient haar eigen middelen prioritair in te zetten ten behoeve van haar inwoners, om zo de continuïteit, kwaliteit en betaalbaarheid van het aanbod voor deze doelgroep te waarborgen. Door het sociaal tarief te beperken tot gezinnen met domicilie in Steenokkerzeel, wordt een evenwichtige en verantwoorde besteding van publieke middelen gegarandeerd.
c) Proportionaliteit en toegankelijkheid
Het onderscheid is proportioneel: gezinnen zonder domicilie in Steenokkerzeel kunnen nog steeds gebruik maken van de buitenschoolse opvang, maar komen niet in aanmerking voor het sociaal tarief dat gefinancierd wordt met lokale middelen. De maatregel is evenredig met het nagestreefde doel, namelijk het beschermen van de betaalbaarheid voor de meest kwetsbare gezinnen binnen de eigen gemeentegrenzen, zonder dat dit leidt tot een disproportionele uitsluiting van andere gebruikers.
Het gelijkheidsbeginsel laat toe dat een lokaal bestuur een onderscheid maakt tussen inwoners en niet-inwoners, mits dit onderscheid steunt op een objectief criterium en redelijk verantwoord is. De Raad van State en de rechtspraak aanvaarden dergelijke differentiatie wanneer deze gebaseerd is op het principe dat inwoners reeds bijdragen via lokale belastingen en wanneer het verschil in behandeling niet buitensporig is. De maatregel voldoet aan deze voorwaarden.
Het beperken van het sociaal tarief tot gezinnen met verhoogde tegemoetkoming én domicilie in Steenokkerzeel is juridisch verdedigbaar, gelet op de beleidsvrijheid van het lokaal bestuur, de objectieve en redelijke motieven inzake lokale solidariteit en financiële verantwoordelijkheid, en de proportionaliteit van de maatregel. Het reglement voorziet aldus in een transparante, evenwichtige en maatschappelijk verantwoorde toepassing van het sociaal tarief.
Na akkoord van de gemeenteraad worden de nieuwe tarieven van toepassing met ingang van 1 september 2026.
Dit reglement vindt zijn rechtsgrond in:
– Artikel 41, 162 en 173 van de Grondwet, die de fiscale autonomie en de verordenende bevoegdheid van de gemeenten bevestigen.
– Artikel 40, § 3 en artikel 41, 14° van het Decreet over het lokaal bestuur, betreffende de bevoegdheid van de gemeenteraad om retributies vast te stellen.
– Besluit van de Vlaamse Regering van 17 april 1991 tot organisatie van het schooljaar in het basisonderwijs en in het deeltijds onderwijs georganiseerd, erkend of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap.
– Omzendbrief Bao/2020/03 van 12 november 2020 betreffende de organisatie van het schooljaar in het gewoon en buitengewoon basisonderwijs.
De gemeenteraad is bevoegd om dit retributiereglement vast te stellen op grond van artikel 41, 162 en 173 van de Grondwet en de hierboven vermelde bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur.
ACT-83: De gemeente breidt de buitenschoolse opvang uit met focus op kwaliteit, samenwerking en tevredenheid
1. De gemeenteraad keurt het retributiereglement voor- en naschoolse opvang in de erkende scholen op het grondgebied van de gemeente Steenokkerzeel als bijlage aan dit besluit goed.
2. Dit retributiereglement treedt in voege op 1 september 2026.
De Eerstelijnszone BraViO is het samenwerkingsverband tussen zorg‑ en welzijnsactoren en de lokale besturen binnen haar werkingsgebied, waaronder de gemeente Steenokkerzeel. In uitvoering van het decreet van 26 april 2019 betreffende de organisatie van de eerstelijnszorg stelt de eerstelijnszone per beleidsperiode een meerjarenplan op.
Het Meerjarenplan 2027‑2032 van ELZ BraViO werd op 22 april 2026 goedgekeurd door de Algemene Vergadering. Het plan bevat een omgevingsanalyse en formuleert strategische doelstellingen rond onder meer toegankelijkheid van zorg, capaciteit in de zorg, preventie en het versterken van geïntegreerde zorg.
Dit meerjarenplan vormt het beleidsmatig kader voor de werking van de eerstelijnszone en de samenwerking met de betrokken lokale besturen en is afgestemd op het lokaal sociaal beleid en de Vlaamse beleidsdoelstellingen inzake welzijn en gezondheid.
Volgende aanpassingen werden uitgevoerd met de feedback van Agentschap Opgroeien:
Een beoordelingsprocedure werd toegevoegd met volgende onderverdeling:
In het kader van uitbreidingsrondes kinderopvang kan het Agentschap Opgroeien aan lokale besturen vragen om een lokaal advies te formuleren over subsidieaanvragen van organisatoren kinderopvang binnen hun grondgebied. Het lokaal bestuur is binnen dit adviserend kader bevoegd om vooraf transparante, objectieve en niet‑discriminerende beoordelingscriteria vast te leggen.
Deze beoordelingscriteria beperken zich uitdrukkelijk tot de formulering van een lokaal advies en doen geen afbreuk aan de beslissingsbevoegdheid van het Agentschap Opgroeien.
De criteria worden vooraf vastgesteld en tijdig bekendgemaakt, uiterlijk op 18 mei 2026, waardoor wordt voldaan aan de beginselen van transparantie, voorspelbaarheid en behoorlijk bestuur.
Deze versie werd ook voor advies voorgelegd aan het breed overleg (LOK) op 7 mei 2026.
De gemeenteraad bekrachtigt de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 11 mei 2026 betreffende de aanpassingen van de beoordelingscriteria voor adviezen van de uitbreidingsronde Agentschap Opgroeien 2025-2029.
De jaarrekening van het AGB voor het jaar 2025 werd door de raad van bestuur vastgesteld op 30 april 2026.
De BBC-jaarrekening 2025 van het AGB wordt voor advies voorgelegd aan de gemeenteraad. De rekening bestaat uit een beleidsevaluatie, een financiële nota, alsook een toelichting bij de jaarrekening en een aantal bijlagen.
De interne jaarrekening volgens het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV), evenals de externe jaarrekening volgens het schema van de Nationale Bank van België (NBB) zijn eveneens toegevoegd. Deze moeten door de gemeenteraad goedgekeurd worden.
Artikel 243 van het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheer cyclus van de lokale en provinciale besturen.
Het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheer cyclus van de lokale en provinciale besturen.
1. De gemeenteraad geeft een positief advies voor de BBC-jaarrekening 2025 van het AGB Steenokkerzeel, zoals vastgesteld door de raad van bestuur van 30 april 2026, met toepassing van de geldende waarderingsregels in veronderstelling van continuïteit.
2. De jaarrekening 2025 van het AGB Steenokkerzeel opgesteld volgens het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen wordt goedgekeurd.
3. De jaarrekening 2025 en bijhorende bijlagen zullen overgemaakt worden aan het Agentschap Binnenlands Bestuur en dit in de voorgeschreven vorm.
Bijlagen:
1. Balans
| Actief |
Passief |
||
| Vlottende activa |
162.910 |
Schulden |
3.660.335 |
| Vaste activa |
3.571.092 |
Netto-actief |
73.667 |
| Totaal activa |
3.734.002 |
Totaal passiva |
3.734.002 |
2. Staat van opbrengsten en kosten
| Totaal kosten |
510.048 |
| Totaal opbrengsten |
562.161 |
| Overschot van het boekjaar |
52.113 |
3. Financiële toestand van de jaarrekening
| Budgettair resultaat |
Jaarrekening |
Meerjarenplan |
| I. Exploitatiesaldo |
124.613 |
173.038 |
| a. Ontvangsten |
557.828 |
639.018 |
| b. Uitgaven |
433.215 |
465.980 |
| II. Investeringssaldo |
-520.071 |
-128.000 |
| a. Ontvangsten |
0 |
0 |
| b. Uitgaven |
520.071 |
128.000 |
| III. Saldo exploitatie en investeringen |
-395.458 |
45.038 |
| IV. Financieringssaldo |
390.194 |
-46.747 |
| a. Ontvangsten |
520.071 |
128.000 |
| b. Uitgaven |
129.876 |
174.747 |
| V. Budgettair resultaat van het boekjaar |
-5.264 |
-1.709 |
| VI. Gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar |
75.035 |
36.079 |
| VII. Gecumuleerd budgettair resultaat |
69.772 |
34.371 |
| VIII. Onbeschikbare gelden |
0 |
0 |
| IX. Beschikbaar budgettair resultaat |
69.772 |
34.371 |
| Autofinancieringsmarge |
Jaarrekening |
Meerjarenplan |
| I. Exploitatiesaldo |
124.613 |
173.038 |
| II. Netto periodieke aflossingen |
129.876 |
174.747 |
| a. Periodieke aflossingen conform de verbintenissen |
129.876 |
174.747 |
| b. Periodieke terugvordering leningen |
0 |
0 |
| III. Autofinancieringsmarge |
-5.264 |
-1.709 |
| Gecorrigeerde Autofinancieringsmarge |
Jaarrekening |
Meerjarenplan |
| I. Autofinancieringsmarge |
-5.264 |
-1.709 |
| II. Correctie op de periodieke aflossingen |
-124.284 |
-79.414 |
| a. Periodieke aflossingen conform de verbintenissen |
129.876 |
174.747 |
| b. Gecorrigeerde aflossingen o.b.v. de financiële schulden |
254.160 |
254.160 |
| III. Gecorrigeerde autofinancieringsmarge |
-129.547 |
-81.122 |
Bericht van het Agentschap Binnenlands Bestuur ontvangen via het Loket Lokale Besturen op 27 maart 2026 over de aanvraag tot samenvoeging van de erkende lokale geloofsgemeenschappen “Sint-Catharina” te Humelgem, “Sint-Martinus” te Melsbroek en “Sint-Niklaas” te Perk met de erkende lokale geloofsgemeenschap “Sint-Rumoldus” te Steenokkerzeel.
Zoals afgesproken in de laatste actualisatie van het kerkenbeleidsplan en in het overleg tussen het Centraal Kerkbestuur en de gemeente, hebben de 4 parochies van onze gemeente de intentie uitgesproken voor een samenvoeging tot één parochie. Dit proces is nu lopende: de aanvraag is ontvankelijk verklaard en de gemeente moet hierin nu, als financierende overheid, een advies over de samenvoeging geven.
Aangezien de gemeenteraad op 22 mei 2025, bij de actualisatie van het kerkenbeleidsplan, al impliciet akkoord is gegaan met de samenvoeging van de 4 parochies, lijkt het dan ook logisch om nu een positief advies te geven op deze officiële aanvraag tot samenvoeging.
De financierende overheid van het te behouden bestuur van de eredienst en de adviserende gemeente bezorgen ten laatste 4 maanden na de kennisgeving een advies over de samenvoeging aan ABB via het Loket voor Lokale Besturen.
De federale overheid Justitie geeft een advies binnen 4 maanden vanaf de ontvangst van het verzoek.
Meer informatie over de procedure van een gebiedswijziging is te vinden op de volgende website: https://www.vlaanderen.be/lokaal-bestuur/wijzigingen-erkenningen/samenvoeging.
Het Erkenningsdecreet Lokale Geloofsgemeenschappen, meer bepaald artikel 39.
De gemeenteraad geeft een positief advies met betrekking tot de aanvraag tot samenvoeging van de erkende lokale geloofsgemeenschappen “Sint-Catharina” te Humelgem, “Sint-Martinus” te Melsbroek en “Sint-Niklaas” te Perk met de erkende lokale geloofsgemeenschap “Sint-Rumoldus” te Steenokkerzeel.
De penningmeester van het kerkbestuur stelt elk jaar de jaarrekening op die wordt vastgesteld door de kerkraad. Elke kerkraad moet de jaarrekening vóór 1 maart indienen bij het centraal kerkbestuur. Het centraal kerkbestuur verzamelt de jaarrekeningen van de verschillende kerkbesturen en moet deze vóór 1 mei gecoördineerd indienen bij de gemeenteoverheid en de provinciegouverneur. De gemeenteraad moet binnen de 50 dagen na ontvangst van de jaarrekeningen advies uitbrengen over de rekeningen en dit advies overmaken aan de provinciegouverneur.
De jaarrekeningen 2025 van de 4 kerkbesturen werden gezamenlijk bij de gemeente ingediend door het centraal kerkbestuur op 30 maart 2026. De adviestermijn van de gemeente eindigt aldus op 19 mei 2026.
De financiële dienst heeft de 4 jaarrekeningen gecontroleerd.
De gemeenteraad vindt plaats op 21 mei 2026, zodat de toezichtstermijn overschreden wordt. Er wordt echter een gunstig advies voorgesteld.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten.
De financiële dienst verleent een gunstig advies over de jaarrekeningen 2025 van de kerkbesturen St.-Martinus, St.-Niklaas, St.-Rumoldus en St.-Catharina zonder opmerkingen.
Er wordt een gunstig advies verleend omtrent de jaarrekeningen 2025 van de kerkbesturen St.-Catharina, St.-Martinus, St.-Niklaas en St.-Rumoldus.
| Kerkfabriek |
Exploitatieresultaat |
Investeringsresultaat |
| Sint-Catharina |
65.856,21 |
51.518,80 |
| Sint-Martinus |
88.389,16 |
0,00 |
| Sint-Niklaas |
375.445,29 |
-10.334,64 |
| Sint-Rumoldus |
183.971,09 |
32.908,64 |
Mohamed Daoudi geeft toelichting over dit agendapunt :
Onze fractie wenst een algemene vraag te stellen over de toestand, het onderhoud en de veiligheid van de parking aan de parochiezaal en de parking aan het voetbalveld in Perk.
Buurtbewoners en verenigingen signaleren reeds geruime tijd verschillende problemen op beide locaties. Daarom wensen wij te vragen:
Tijdens de gemeenteraad zullen wij deze vraag verder toelichten aan de hand van concrete vaststellingen en foto’s.
Schepen Wim Mombaerts antwoordt als volgt:
Schepen Jelle Mombaerts antwoordt i.v.m. de vuilbak: deze is verplaatst. Aan de ingang van de voetweg staat er ook één. Er zijn er dus 2 op de parking. Meer zou kunnen maar dit zou ook meer vuil kunnen creëren.
Kurt Ryon, burgemeester, in antwoord op voorstel raadslid Gilbert Jaspers: het verwijderen van alle vuilnisbakken zou problemen geven, want ze zitten nu allemaal al vol, terwijl ze 2x per week worden geleegd. We hebben nu al zoveel last van zwerfvuil.
Kabil Baldemir geeft toelichting over dit agendapunt :
Vorig jaar werd aangegeven dat er gewerkt werd aan een nieuw bermbeheerplan met aandacht voor biodiversiteit, verkeersveiligheid en een betere opvolging van de uitvoering.
Wij ondersteunen deze doelstellingen, maar wensen graag een stand van zaken te krijgen over de verdere uitwerking en opvolging hiervan.
Daarom wensen wij volgende vragen te stellen:
Ook deze vraag zullen wij tijdens de gemeenteraad verder toelichten aan de hand van enkele concrete vaststellingen en recente foto’s.
Schepen Geert Storms antwoordt: